Waarschuwingen
- Indien verschijnselen van apathie of ataxie
(mogelijke verschijnselen van hypotensie) optreden tijdens
de behandeling met Vasotop® P dient de
behandeling te worden stopgezet en hervat te worden met 50%
van de originele dosering als de symptomen zijn afgenomen.
- Het gebruik van ACE-remmers bij honden met
hypovolemie/dehydratie (bv. als gevolg van behandeling met
een diureticum, braken of diarree) kan leiden tot acute
hypotensie. In dergelijke gevallen dient de vocht- en
electrolytenbalans onmiddellijk hersteld te worden en moet
de behandeling met Vasotop® P worden uitgesteld
tot stabilisatie optreedt.
- Bij patiėnten met een risico voor
hypovolemie dient Vasotop® P geleidelijk te
worden ingezet over het verloop van één week (beginnend met
de helft van de normale dosering).
- 1-2 dagen voor en na de start van de
behandeling met ACE-remmers dient de hydratiestatus en de
nierfunctie van de patiėnt te worden gecontroleerd. Dit is
ook noodzakelijk nadat de Vasotop® P dosering is
verhoogd of wanneer gelijktijdig een diureticum wordt
toegediend.
- Bij patiėnten die tegelijkertijd behandeld
worden met Vasotop® P en furosemide kan de
dosering van het diureticum verlaagd worden om hetzelfde
diuretische effect te verkrijgen als bij behandeling met
alleen furosemide.
- Zowel diuretica als een laag natriumdieet
versterken de werking van ACE-remmers door het
renine-angiotensine-aldosteron systeem (RAAS) te activeren.
Hoge doseringen diuretica alsmede een laag natriumdieet
dienen derhalve te worden vermeden tijdens de behandeling
met ACE-remmers om hypotensie (met verschijnselen zoals
apathie, ataxie en in zeldzamere gevallen flauwte of acuut
nierfalen) te voorkomen.
De gelijktijdige toediening van kalium of
kalium-sparende diuretica dient te worden vermeden vanwege
het risico van hyperkaliėmie.
- Gebruik in overeenstemming met de
baten/risico analyse bij honden met nier- en leverfalen.
Bij honden met nierproblemen moet de
nierfunctie worden gevolgd tijdens de behandeling met
Vasotop® P.
|