Ook bij diploïde planten zijn de gameten haploïd, maar bij een tetraploïde plant zijn ze diploïd. Gekweekte planten zijn vaak polyploïd, wat resulteert in grotere bloemen of een grotere oogst.
Het aantal chromosomen is per soort verschillend. Enkele voorbeelden:
| soort | aantal chromosomen |
| cavia | 64 |
| hond | 78 |
| konijn | 44 |
| paard | 64 |
| muis | 40 |
Chromosomen van een diploïde cel vormen paren, waarbij het ene chromosoom van zo'n paar afkomstig is van de ene ouder (vader) en het andere chromosoom van de ander ouder (moeder). Bij een mannelijk dier zijn de twee geslachtschromosomen niet identiek, maar ze worden samen ook als paar beschouwd.
Bij fouten in de celdeling van geslachtscellen (meiose) kunnen afwijkende aantallen chromosomen in cellen terechtkomen. Daardoor ontstaan nakomelingen die niet levensvatbaar zijn, afwijkingen vertonen en haast altijd onvruchtbaar zijn. Een extra chromosoom in de cel wordt trisomie genoemd, een chromosoom te weinig monosomie.