|
Hoe werkt elektronische identificatie?
Elektronische Identificatie en Registratie voor
dieren is een systeem dat bestaat uit een chip
(transponder) die in het dier wordt geïmplanteerd,
een afleesapparaat dat het chipnummer zichtbaar kan
maken, en registratie in een databank, zoals
bijvoorbeeld de NDG (Nederlandse Databank
Gezelschapsdieren ), Petlook etc.
De chip
De
chip heeft een unieke identificatiecode die uit 15
cijfers bestaat. Een huisdierenchip (die ook voor
paarden wordt gebruikt) is een chip van het zgn.
FDX-B type; de chip functioneert conform ISO norm
11784 (codestructuur) en ISO norm 11785 (technisch
concept). De identificatiecode van een
huisdierenchip kan beginnen met de Nederlandse
landencode, dit is het getal '528'. Na de landencode
volgen 3 cijfers waaraan de fabrikant van de chip te
herkennen is, gevolgd door de overige 9 cijfers. Het
totale aantal cijfers (15) vormt de unieke
identificatiecode van het dier, die niet te
veranderen of uit te wissen is. Daardoor kan er geen
enkele twijfel bestaan omtrent de identiteit van het
dier. De chip is ca. 12 mm lang, heeft een doorsnede
van ca. 2 mm en weegt 0,11 gram. De chip bestaat
gewoonlijk uit een gesloten buisje van (bio)glas.
Bioglas is een speciaal soort glas dat afstoting
voorkomt en vergroeiing van de transponder met het
weefsel bevordert. Sinds 1 januari 2006 bestaan er
ook chips die omhuld zijn met kunststof, een
zogeheten biopolymeer. Het voordeel van de
biopolymeer is dat het onbreekbaar is en 20% lichter
dan glas. Ook is de aanhechting van weefsel
gunstiger t.o.v. bioglas. De biopolymeer omhulde
transponders worden op de markt gebracht onder het
merk BackHome BioTec. De chip zelf is niet actief.
Er zit geen batterijtje in, het dier zal er dus
niets van merken en de levensduur is vrijwel
onbegrensd. Pas op het moment dat er een
afleesapparaat bijgehouden wordt, gebeurt er iets.
Het afleesapparaat is een elektromagnetisch gestuurd
zend- en ontvangstapparaat. Het afleesapparaat geeft
een electromagnetisch signaal af dat de chip
activeert, waarna deze via een radiosignaal met de
identificatiecode van het dier antwoordt. Als
resultaat verschijnt deze code op het scherm van het
afleesapparaat.
Het nut van de landencode
De landencode geeft aan in welk land een dier
gechipt is. Dit heeft een duidelijke meerwaarde:
indien een dier waar ook ter wereld wordt
aangetroffen, kan een zoekactie meteen gericht
worden op het betreffende land. De kans dat een
dergelijke zoekactie een positief resultaat oplevert
is veel groter indien meteen gezocht kan worden in
het betreffende land. De landencodes bestaat altijd
uit een 3-cijferige code die eveneens door de ISO
commissie is vastgesteld.
Welke dieren kunnen van een chip worden
voorzien?
Eigenlijk kunnen alle diersoorten worden
geïdentificeerd door middel van een chip. Zo worden
in dierentuinen de dieren al jarenlang voorzien van
een chip, zodat er geen onduidelijkheid bestaat over
de identiteit, hetgeen van groot belang is voor
(internationale) fokprogramma’s, waarbij inteelt
moet worden voorkomen. In Nederland is veel ervaring
met het chippen van honden, katten, paarden en
pony’s, papegaaien, schildpadden, fretten, reptielen
en KOI-karpers
Paarden en pony’s
De chips waarmee paarden en pony”s worden
geïdentificeerd is dezelfde chip als waarmee honden
en katten worden gechipt. De Nederlandse overheid
heeft gekozen voor een transponder die voorzien is
van de landencode, dit om internationale
traceerbaarheid van de in Nederland gechipte paarden
te verbeteren. |