De chinchilla (Chinchilla lanigera) is een knaagdier. Soms wordt het dier foutief boomkonijn genoemd; hoewel het dier in de verste verte geen familie is van het konijn en al helemaal niet in bomen te vinden is.

 

De chinchilla leefde oorspronkelijk in Chili en Peru (Zuid-Amerika) in het Andesgebergte. In de 17e eeuw ontdekten de Spaanse kolonisten de chinchilla en zijn unieke pels (ong. 40 haren per haarzakje). De pelzen werden in Europa verkocht. In de 19e eeuw waren de pelzen samen met koffie het belangrijkste exportproduct van Zuid-Amerika. Rond 1910 waren de chinchilla's in het wild zo goed als uitgestorven.

 

  • Latijnse naam : Chinchilla lanigera
  • Lichaamlengte : 25-35 cm
  • Staartlengte  : 13-18 cm
  • Oorlengte  : 4-6 cm
  • Oorbreedte  : 3-4 cm
  • Snorhaarlengte: 10-13 cm
  • Gewicht  : 450-700 gram
  • Lichaamstemperatuur: 37 graden
  • Gemiddelde leeftijd: 10-15 jaar ( min. 8 jaar en max. 20 jaar)

De chinchilla is bekend vanwege zijn zachte en dichte vacht: er groeien 40 tot 120 haren uit elke haarwortel. Chinchilla's kunnen verschillende kleuren hebben: grijs, beige, wit, bruin en zwart. Een combinatie van kleuren en tinten is mogelijk. Chinchilla's verzorgen hun vacht door te baden in speciaal zand. Hierdoor wordt het vuil en vettigheden opgenomen. De snorharen van de chinchilla kunnen tot eenderde van de lichaamslengte van het dier zelf bereiken.

Chinchilla's zijn groepsdieren, het wordt daarom aangeraden om chinchilla's in gevangenschap dan ook in groepen te houden. Het samenhouden van alleen vrouwtjes of alleen bokjes is geen probleem. Maar zet nooit meer dan 1 bokje bij vrouwtjes omdat dit tot ruzie onder de bokjes leidt met mogelijk de dood tot gevolg!

Chinchilla's zijn behendige klauteraars. Hierbij kan het wel eens voorkomen dat er botbreuken ontstaan door een val (draag daarom zorg voor voldoende klimtakken en plateau's). Simpele botbreuken genezen in het algemeen snel bij deze dieren.

Chinchilla's kunnen verschillende geluiden maken. In de dagelijkse omgang kunnen ze zacht piepen of knorren. Wanneer er gevaar dreigt, kan een chinchilla ook blaffen om de rest van de groep te waarschuwen. Als een chinchilla kwaad is, gaat hij recht op staan, gromt en zal de potentiële belager ondersproeien met zijn urine.

De kwetsbare pels van een chinchilla moet natuurlijk verzorgd worden, gelukkig kan de chinchilla dat zelf, als hij tenminste een zandbad ter beschikking heeft. Dat zandbad dient hij minstens iedere dag een uur te mogen gebruiken, best laat u het bad constant in de kooi (op voorwaarde dat het elke dag gezeefd wordt). Indien het de chinchilla geen bad ter beschikking heeft, kan hij z'n vacht niet schoonmaken (zie foto boven) noch bij warme temperaturen zijn vacht niet verluchten (met overhitting tot gevolg

 

Er bestaan tal van kleuren bij chinchilla's. Hier staan de belangrijkste op een rijtje:
  • standaard: Ook wildkleur, grijs met witte buik en witte pootjes. Donkere oren, donkere ogen.
  • beige: licht grijsbruine chinchilla met witte buik, rode ogen en roze oren. Er bestaan 3 soorten beige: homo en hetero-beige, de homo-beige chinchilla is lichter van vacht en fellere rode ogen dan de hetero-beige. En blond, héél lichte vacht en rode ogen.
  • mozaïek: Overwegend wit met grijze/bruine/beige vlekken, rode of zwarte ogen.
  • Pink white: Ten onrechte albino genoemd, geheel witte chinchilla, roze oren en rode ogen
  • Abricot: Witte chin met beige kleurschakeringen, rode ogen en roze oren
  • violet: Resessieve mutatie, de chinchilla is grijs met een paarse gloed, zwarte ogen en viotte-achtige oren
  • saffier: Resessieve mutatie, grijze chinchilla met blauwe gloed, zwarte ogen, blauw-achtige oren

Alle bovenstaande kleuren hebben een witte buik. soms kunnen deze patronen samenhangen met een bepaald vachtpatroon, deze patronen kunnen bont, ebony en velvet zijn.

  • Ebony: als een chinchilla ebony is, bedoelt men dat de buik dezelfde kleur heeft als de rest van het lichaam,

er bestaan white ebony's, brown ebony's, black ebony's, violet ebony's, ....

  • Velvet: een velvetchinchilla heeft een witte buik maar duidelijke donkere strepen op zijn voorpootjes, die al sinds zijn geboorte aanwezig zijn. Velvets hebben ook een 'masker' op hun kop en rug. Dat masker is eigenlijk een donkerdere vacht.
  • Bont: genetisch gezien zijn bonte chinchilla's gelijk aan mozaïek met het verschil dat de vlekken duidelijk afgelijnd zijn (in tegenstelling tot mozaïek waarbij de vlekken geleidelijk overlopen in het wit).

Een chinchilla kan ook velvet, bont en ebony tegelijkertijd zijn (maar zijn eerder zeldzaam).

Een vrouwtje zal na een leeftijd van vijf maanden voor het eerst bronstig kunnen worden. Vanaf de leeftijd van 9 maanden zijn ze kweekrijp, het is echter aan te raden ze pas te laten dekken als ze minimaal 12 maanden oud zijn. Wanneer een vrouwtje bronstig is, zal een mannetje dat kunnen ruiken. De draagtijd van een chinchilla is 111 dagen. Let wel op dat je het bokje minimaal een week gescheiden houdt van het vrouwtje, nadat ze bevallen is. Dit is om te voorkomen dat ze herdekt wordt. Na de bevalling zijn chinchilla's direct weer bronstig. Maar gezien de vader een deel van de opvoeding op zich neemt en een grote hulp is voor de moeder, is het beter om hem tijdens de zwangerschap te laten castreren. Het is ook aan te raden om het zandbadje gedurende die tijd uit de kooi te halen. Een week na de bevalling mag het zandbadje terug hebben. De zoogtijd is minimaal 8 weken, maar de jongen mogen pas weg met 12 weken. Als men de jongen wil houden, moeten de mannelijke 'familieleden' gecastreerd worden. Er mogen ook geen meerdere bokjes bij 1 of meerdere vrouwtjes zitten, tenzij ze in familie gehouden worden.

Wanneer men gaat kweken met chinchilla's moet men op de lethale factor letten omdat dit het vrouwtje in levensgevaar kan brengen en/of tot misvormde kleintjes kan leiden. De lethale factor ontstaat wanneer 2 witte chinchilla's paren of 2 velvets, daarmee de vuistregel: wit X wit of velvet X velvet = FOUT

 

Voortplanting: Een vrouwtje zal na een leeftijd van vijf maanden voor het eerst bronstig kunnen worden. Vanaf de leeftijd van 9 maanden zijn ze kweekrijp, het is echter aan te raden ze pas te laten dekken als ze minimaal 12 maanden oud zijn. Wanneer een vrouwtje bronstig is, zal een mannetje dat kunnen ruiken. De draagtijd van een chinchilla is 111 dagen. Let wel op dat je het bokje minimaal een week gescheiden houdt van het vrouwtje, nadat ze bevallen is. Dit is om te voorkomen dat ze herdekt wordt. Na de bevalling zijn chinchilla's direct weer bronstig. Maar gezien de vader een deel van de opvoeding op zich neemt en een grote hulp is voor de moeder, is het beter om hem tijdens de zwangerschap te laten castreren. Het is ook aan te raden om het zandbadje gedurende die tijd uit de kooi te halen. Een week na de bevalling mag het zandbadje terug hebben. De zoogtijd is minimaal 8 weken, maar de jongen mogen pas weg met 12 weken. Als men de jongen wil houden, moeten de mannelijke 'familieleden' gecastreerd worden. Er mogen ook geen meerdere bokjes bij 1 of meerdere vrouwtjes zitten, tenzij ze in familie gehouden worden.

Wanneer men gaat kweken met chinchilla's moet men op de lethale factor letten omdat dit het vrouwtje in levensgevaar kan brengen en/of tot misvormde kleintjes kan leiden. De lethale factor ontstaat wanneer 2 witte chinchilla's paren of 2 velvets, daarmee de vuistregel: wit X wit of velvet X velvet = FOUT

De dieren komen tijdens schemer en dageraad te voorschijn om nog even lekker in de zon te kunnen liggen. 's Nachts gebruikt het dier zijn snorharen om de weg in het donker te kunnen vinden. Ze kunnen hun snorharen gebruiken om vast te stellen of de kloven wijd genoeg zijn om doorheen te kruipen. Indien de snorharen niet buigen, zal de chinchilla niet blijven steken. Er wordt gezegd dat de vrouwtjes de mannetjes domineren. Hoewel vele bronnen verklaren dat chinchilla’s is monogaam zijn, is daarvoor weinig bewijs. Deze dieren leven in kolonies die van klein, met enkele individuen, naar groot, met een honderd of meer kunnen variëren. C. brevicaudata zou vele geluiden kunnen maken. Ze geven een lange waarschuwingskreet (die lijkt veel op fluiten en die de groep waarschuwt voor gevaar), zij maken een laag geluid wanneer ze paren en ze kunnen sissen en spugen als ze agressief zijn. Bedreigingen omvatten ook gegrom, het knarsen van tanden en het met urine ondersproeien van vijanden.

 

Huisvesting: De kooi van chinchilla kan niet ruim genoeg zijn, hoe groter des te beter en hoe gelukkiger de chinchilla's zullen zijn.  Chinchilla's zijn zeer actieve dieren, die graag rennen en springen.  Daarom zijn de afmetingen van de kooi zeer belangrijk omdat zij 's nachts in hun kooi zitten en dit juist de tijd is wanneer zij het meest actief zijn.

De beste plaats voor een kooi is in een ruimte waar het niet te warm is, chinchilla's voelen zich het beste bij een temperatuur tussen de 15-18 C. De ruimte mag  ook niet vochtig zijn, dit om schimmels etc te voorkomen, verder is het belnag dat de ruimte tocht vrij is. Chinchilla's zijn erg gevoelig voor tocht.

Zorg dat er in de kooi diverse plekken zijn waar de chinchilla zich kan terug trekken.

Het beste is kooi zelf te maken, draag er wel zorg voor de kooi knaag-proof dient te zijn, gebruik verzinkte materialen of andere metalen voor plankjes etc.  Plaats voldoende klimtakken (van onbehandeld hout zoals wilg, beuk of fruitbomen, andere boomsoorten kunnen toxisch zijn ! )in de kooi. Let erop dat er geen uitstekende materialen (schroeven, spijkers etc) in de kooi zijn aangezien de chinchilla zich hier aan lelijk kan verwonden, controleer daarom ook regelmatig de kooi.

Plaats drink (meest optimaal drinkfles) en voedingsbakjes (voor de chinchilla pellets en vers hooi) zo dat deze niet door de hele kooi kunnen slingeren. Dit geldt ook voor de knaagsteen en de bak (speciaal chinchilla "zand") waar de dieren regelmatig hun vacht kunnen verzorgen/ onderhouden.

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2009 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 12 juli 2009