Cavia's zijn in Peru, Bolivia en Ecuador nog steeds een belangrijk voedseldier, dat vaak in huis wordt gehouden. Het dier wordt onder andere gevoed met etensrestjes van het gezin, ongeveer zoals in Europa vroeger kippen of varkens werden gehouden. Onder de naam cuy (spreek uit als koei) wordt het nu nog op markten geroosterd en verkocht. Cavia's vormen het hoofdmenu op sommige trouwfeesten in Peru en vervullen bij traditionele genezingsrituelen de rol van opvanger van boze geesten. De traditionele geneesheer gebruikt het beestje om over het lichaam van de patiënt te halen, de cavia neemt over wat er mis is met de patiënt. De geneesheer bekijkt vervolgens de ingewanden van de geslachte cavia en kan hierdoor bepalen wat er mis is met de patiënt.

De naam Guinees biggetje: Cavia's zijn geen varkentjes en ze komen niet uit Guinea. Waarom cavia's dan toch als 'biggetjes' werden betiteld is onzeker maar dit heeft waarschijnlijk te maken met de piepende en knorrende geluiden die ze frequent maken en met de gedrongen lichaamsvorm. Anderen zeggen dat het komt doordat cavia's ongeveer als biggetjes smaken. Zowel in de Latijnse, Nederlandse, Friese, Duitse, Deense, Roemeense, Zweedse als Engelse naam komt het varken terug. 'Guinees' wordt volgens sommigen afgeleid van een guinea. Dit is een oude Engelse munt van 21 shilling, wat in die tijd wel een vorstelijk bedrag zou zijn geweest om zelfs voor een exotisch huisdier te betalen. Anderen denken dat 'Guinees' afkomstig is van 'Guyana' (als in Frans-Guyana, buurland van Suriname) maar die benaming was naar men zegt nog niet in gebruik toen de cavia werd ontdekt; weer anderen wijzen erop dat schepen, van Zuid-Amerika terugkerend, vaak eerst Guinea aandeden.
Cavia's zijn voor knaagdieren aan de grote kant, ze wegen tussen 500 en 1500 gram en worden 25 à 30 cm lang. De wilde vorm blijft wat kleiner, tot 700 gram. Voor de meeste gedomesticeerde dieren geldt dat ze groter zijn dan hun wilde soortgenoten. Cavia's worden gemiddeld een jaar of 5 oud, maximaal circa 8 jaar. Het zijn sociale dieren, die in het wild in groepjes leven bestaande uit één mannetje, een aantal vrouwtjes en de jongen.
Een cavia heeft twee snijtanden boven en onder. Daarnaast heeft hij een diasteem (ruimte tussen snijtanden en kiezen) en achter in de bek vier kiezen, links en rechts, boven en onder; in totaal dus 20 elementen. Alle tanden en kiezen groeien het hele leven door. Daarmee wordt slijtage van het gebit door het vele knabbelen gecompenseerd.
Cavia met
te lange tanden
Met de mens en de chimpansee heeft de cavia gemeen dat hij niet zijn eigen vitamine C kan maken. De cavia moet dit dus in zijn voer voldoende krijgen, zie hieronder bij verzorging.
Een cavia kan in gevangenschap ongeveer 4 tot 7 jaar oud worden. Uitzonderlijke gevallen van cavia's die over de tien jaar werden zijn echter bekend. Net als bij andere huisdieren geldt dat verder doorgefokte rassen gemiddeld minder hoge leeftijden bereiken.
Cavia's eten van hun eigen ontlasting (coprofagie); dit is normaal en noodzakelijk voor hun spijsvertering. Dit gedrag is mogelijk een aanpassing aan de matige verteerbaarheid van hun normale dieet, zoals ook de herkauwers daar hun eigen manier voor hebben gevonden in de vorm van meerdere magen en herkauwen van het voedsel. Als cavia's keutels eten nemen ze deze meestal direct uit de anus. Deze keutels hebben een andere, zachtere consistentie dan de normale droge en stevige uitwerpselen. Hiernaar is echter weinig systematisch onderzoek gedaan; hypothesen zijn onder andere dat hiermee de darmflora op peil wordt gehouden en dat in de darm ontstane verteringsproducten en door bacteriën geproduceerde vitaminen beter worden opgenomen.
- Het "fluiten", een hoge harde reeks van piepgeluiden die worden gemaakt om aandacht te trekken. In het wild roepen ze hiermee elkaar en tegen mensen maken ze dit geluid om om eten te vragen.
- Zachte piepjes, op een babbelende manier. Dit is meestal een vrolijke cavia die laat weten dat hij of zij er is.
- Kreunend piepen. Een uiting van pijn of ongemak.
- Het "brrrrr" geluid. Meestal gepaard met een trillend lijf. Dit kan verschillende dingen betekenen. Cavia's die elkaar proberen te versieren maken dit geluid tegen elkaar. Maar ook mannetjes die elkaar willen intimideren doen dit tegen elkaar. Eveneens is dit gedrag vastgesteld bij cavia's die alleen met elkaar spelen. Mensen kennen dit geluid vooral bij cavia's die geaaid worden. Soms maken cavia's dit geluid als ze een hard of hoog geluid horen.
- Klappertanden. Een teken van boosheid of angst.
- Knarsetanden. De cavia heeft trek in iets lekkers.
- Tjilpen. Dit geluid is nog een mysterie.
- Popcornen. De cavia rent en maakt gekke sprongen waarbij soms het hoofd wordt geschud of abrupt in de lucht van richting wordt veranderd. Dit is een teken dat de cavia heel vrolijk is. Het lijkt heel veel op het bokken wat paarden doen als ze vrolijk zijn.
Sommige cavia's kunnen schootzindelijk worden. Naarmate een cavia volwassen wordt, kan hij of zij besluiten dat de schoot geen goede wc is en probeert signalen af te geven dat zij of hij weg wil. Dit uit zich vaak in ineens onrustig gedrag, piepen of zachtjes in de vingers bijten.
De draagtijd is ongewoon lang met gemiddeld 66 à 68 dagen maar de jongen komen dan ook al zeer rijp ter wereld. Hun ogen zijn open en ze hebben een volledige vacht en tanden. Cavia's zijn dan ook typische nestvlieders, in de natuur wordt van de jongen verwacht dat ze meteen met de groep mee kunnen lopen. De moeder heeft twee tepels, dat lijkt niet genoeg voor de 2–4 jongen. Als er voor de moeder maar genoeg voedsel is, kan ze echter toch vier jongen zogen. De jongen zijn door hun rijpheid ook maar kort van moedermelk afhankelijk.
Een cavia is na de bevalling al heel snel weer vruchtbaar. De jonge cavia's kunnen als ze 4 weken oud zijn al vruchtbaar zijn. Fokkers halen de jongen dan ook rond deze leeftijd (en bij een gewicht van minimaal 300 gram) bij de moeder weg, ze zijn dan pas half zo lang als een volwassen dier en hebben pas een vierde van het gewicht van een volwassen dier.
- De gladhaar: komt het meeste voor, de 'standaard' cavia met een gladde, korte vacht.
- De gekruinde cavia: een gladhaar cavia met 1 kruin, tussen de oren op het voorhoofd. Engels gekruind is een kroon in dezelfde kleur als de rest van de vacht, Amerikaans gekruind is met een witte rozet.
- De borstelcavia: een cavia met kort haar in rozetten. Voor de show zijn 8 rozetten, gelijkmatig over het lichaam verspreid, gewenst.
- De rexcavia: cavia met kort, stug haar. Het haar staat recht overeind. Op jonge leeftijd moeilijk te onderscheiden van de tesselcavia.
- De US-teddy: cavia met kort, pluizig haar. Heel erg zacht, ziet er wel ongeveer gelijk uit als de rex, maar het verschil is direct voelbaar bij het aaien.
- De CH-teddy: zelfde structuur als een US-Teddy, maar de haren zijn langer waardoor de cavia letterlijk in een grote pluizenbol verandert. Ruwharige cavia met haarlengte van 5 tot 6 cm.
- De tesselcavia: sheltie met lange krullen, liefst pijpenkrullen, over het hele lichaam. De tesselcavia bestaat ook met een kruin op zijn kop: dit staat bekend als de merino. tevens is er een variant met twee kruinen op het achterwerk, waardoor het haar naar voren groeit: dit is de alpaca.
- De sheltie: een langharige cavia zonder krullen, dus gewoon steil haar. Ook bekend met een kruin op het voorhoofd, dit is beter bekend als de coronet.
- De langhaar: ook bekend als de Peruviaan. Langharige cavia met twee kruinen op zijn achterwerk, waardoor het haar naar voren groeit en een typische kuif ontstaat. Gladhaar variant van de alpaca.
- De 'skinny pig': een cavia die weinig tot geen haar heeft. Deze cavia's hebben een verhoogde kans op ziek worden.
- satijnharige cavia's, dit vachttype komt onder vrijwel iedere haarstructuur voor. De haren zijn ontzettend zacht en hebben een parelmoerachtige glans. Deze cavia's krijgen meestal op volwassen leeftijd botproblemen en het fokken van deze soort is zeer omstreden.
Cavia's zijn grote eters en eten de hele dag door. Er moet altijd droogvoer: korrels en, nog belangrijker, hooi klaarstaan en vers water. Speciaal caviavoer bevat ook de noodzakelijke vitamine C. Kijk altijd op de verpakking naar het vitamine C gehalte in het voer. Ook moet dit voer in een luchtdichte bewaardoos worden gehouden omdat anders de vitamine op den duur uit het voer verdwijnt.
Extra groente (vitamine C-rijk) is een goede aanvulling op het normale dagelijkse voer. Let er wel op wat ze krijgen, maar ook nog belangrijker de hoeveelheid. Beter af en toe kleine stukjes dan een hele paprika voor 1 cavia. Paprika, peterselie, witlof, spruitjes en kiwi zijn bijvoorbeeld heel goed maar bijvoorbeeld te veel kool (gasvorming) of te "natte" groentes (sla, komkommer) kunnen slecht zijn. Die laatste zijn meer geschikt in de zomer, maar niet te veel. Een tekort aan Vitamine C veroorzaakt ziektes bij de cavia (met vaak sterfte als gevolg). Vitamine C is ook als druppel of tabletvorm te geven, maar bij normale voeding als boven beschreven is dit niet nodig tenzij een dier ziek of zwanger is. Als een cavia weinig of geen vers voer gewend is geef dan niet te veel ineens, want er kan gasvorming optreden. Gasvorming kan bij cavia's soms tot de dood leiden.

Cavia's zijn groepsdieren en worden helaas nog veel te vaak alleen gehouden of bij een konijn. Mannetjes (beertjes) kunnen prima samen gehouden worden, maar wel zonder vrouwtje erbij, anders gaan ze er ruzie om maken. Vrouwtjes kunnen goed met andere zeugjes of met een (gecastreerd) mannetje samen gehouden worden. Hoe groter hun leefoppervlak is, hoe kleiner de kans op ruzies is.
Cavia's vinden het prettig als ze binnen de kooi ook een schuilhokje hebben waarin ze kunnen wegkruipen. Cavia's ruiken niet sterk; 1 à 2 maal per week verschonen is meestal voldoende maar dit hangt mede af van het aantal cavia's per oppervlakte-eenheid en het bodemmateriaal. Houtsnippers voldoen goed. Ook kan er gebruik worden gemaakt van fleece met daaronder een (bad)handdoek en eventueel nog een absorberende laag. Dit moet wel regelmatig worden uitgeschud vanwege de zichtbare ontlasting. De fleecemethode werkt het best als de plekken waar het meest geürineerd wordt van toiletbakjes worden voorzien die om de dag of paar dagen verschoond worden.
Sommige cavia's plassen de hele kooi door en sommige leren zichzelf aan om er vaste plekjes voor te gebruiken. Deze vaste plekjes zijn bijna altijd in hoekjes en meestal op dezelfde plek als waar ze slapen en of waar ze eten. Het vaststellen van deze plekken en regelmatig schoonmaken (spotcleaning) verkleint de kans op geurtjes enorm.
Langharige cavia's hebben veel meer vachtverzorging nodig dan een kortharige cavia. Voor kinderen is een langharige cavia af te raden. Er wordt vaak gedacht dat je een kind er 'verantwoordelijkheidsgevoel' mee leert. Dit werkt niet bij alle kinderen zo. Een cavia behoeft regelmatige verzorging. Dit dient te allen tijde onder toezicht van de ouder te gebeuren. Cavia's zijn geen speelgoed en ze zijn lichamelijk erg kwetsbaar. Cavia's kunnen zich ook nauwelijks verweren zoals een kat of hond dit wel kan doen. Ze zijn overigens zeer meegaand van karakter en bijten eigenlijk nooit. Als de cavia opgepakt wordt, kan dat het best met twee handen waarbij het achterlijf wordt ondersteund. Wederom onder begeleiding want een val kan dodelijk voor een cavia zijn.
Jonge cavia's zijn al heel snel (4 weken) geslachtsrijp; aanbevolen wordt echter met fokken te wachten tot ze een maand of 5 zijn maar niet langer dan 10 maanden, omdat met name bij vrouwtjes na die leeftijd de symfyse van het bekken (de plaats waar de bekkenhelften elkaar van voren raken) vastgroeit en niet meer goed kan meegeven bij de geboorte van de jongen wat de kans op sterfte bij de bevalling flink doet toenemen. Omdat de jongen erg rijp (erg groot in verhouding met de moeder) ter wereld komen is een bevalling voor een cavia erg zwaar. Om het diertje tijd te geven na de bevalling weer op krachten te komen wordt aangeraden minstens anderhalve maand te wachten voor het weer gedekt kan worden. Uiteraard is niet fokken nog beter, omdat er een groot caviaoverschot is.