| Rond de leeftijd van 5 tot 8 maanden is een kitten
geslachtsrijp, ofwel seksueel volwassen. Het dier is vanaf dat
moment dus vruchtbaar en in staat om zelf kittens voort te brengen!
De meeste eigenaren hebben geen tijd of zin om met hun kat te
fokken. Ze willen bovendien voorkomen dat er nog meer kittens ter
wereld komen; er zijn al zo veel ongewenste katten en kittens op
zoek naar een tehuis.
Het castreren van een kater (verwijderen van de zaadballen) of
poes (verwijderen van de eierstokken en eventueel de baarmoeder)
voorkomt ongewenste nestjes. Daarnaast helpt castratie om
ongewenste gedragspatronen, zoals sproeigedrag, te voorkomen en
verkleint het de kans op bepaalde aandoeningen.
Is mijn kitten een poes of een kater?
Er worden verrassend vaak fouten gemaakt bij de bepaling van het
geslacht van een kitten. Als u twijfelt, vraag het dan aan uw
dierenarts (die zal vóór een castratie in ieder geval nog het
geslacht van uw kitten controleren). U kunt zien of uw kitten
een katertje of poesje is, door de staart van het kitten op te
tillen en de geslachtsopening te bekijken. Bij een katertje zit
de geslachtsopening op ongeveer 1 cm onder de anus en net boven
de opening ziet u het scrotum (de balzak) als een verdikking
liggen: de anus en de geslachtsopening zien eruit als twee
'puntjes'. Bij een poesje ligt de geslachtsopening in een
verticale huidplooi die bijna doorloopt tot aan de anus: dit
lijkt op de letter 'i'.
Castratie van uw poes
Vroeger werd wel beweerd dat het voor een poes beter is om
minstens één nestje te krijgen, maar dit is absoluut onnodig en
biedt geen enkel voordeel. Laat uw poes liever castreren voordat
ze geslachtsrijp is. Een geslachtsrijpe poes zal regelmatig (in
een cyclus van gemiddeld drie weken) ´krols´ worden. Een krolse
poes gaat meestal op typische wijze miauwen en dit geroep kan er
zeer luidruchtig aan toe gaan! Met bepaalde medicamenten (onder
andere de poezenpil) kan de geslachtscyclus onderdrukt worden,
maar er bestaat bij de kat een behoorlijk risico op bijwerkingen
en langdurig gebruik wordt dan ook afgeraden. Als u niet van
plan bent om met uw kitten te gaan fokken, kunt u haar laten
castreren om de eerder genoemde krolsheid en ongewenste dracht
te voorkomen. Castratie verkleint ook de kans op latere
aandoeningen aan het voortplantingsstelsel.
Castratie is een chirurgische ingreep waarbij onder algehele
narcose de eierstokken en eventueel de baarmoeder worden
verwijderd via een sneetje in de flank of buik van uw poes. Een
stukje vacht rondom de huidsnede wordt weggeschoren en uw
dierenarts zal u vragen om de poes vanaf de avond voor de
ingreep geen eten meer te geven. Als er geen complicaties zijn,
mag uw kitten dezelfde dag nog naar huis. De hechtingen worden
na 7 tot 10 dagen verwijderd. Sommige dierenartsen plaatsen de
hechting onderhuids, zodat u de hechting niet ziet. Deze
hechting lost vanzelf op en hoeft niet verwijderd te worden. U
gaat dan na 7 tot 10 dagen alleen langs voor een controle van de
wond.
Castratie van uw kater
In de strijd tegen ongewenste nestjes is het castreren van
katers net zo belangrijk als het castreren van poezen. Bovendien
heeft een ongecastreerde, 'intacte' kater de neiging om te gaan
rondstruinen, zich agressief te gedragen tegenover andere
katers, te vechten en om zijn territorium te markeren met urine.
Dit "sproeien" doet hij vaak ook binnenshuis! Het agressieve
gedrag van een niet-gecastreerde kater brengt
gezondheidsrisico's met zich mee. Besmettelijke ziekten zoals
FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus, ook wel kattenaids genoemd)
of FeLV (Feline Leukemie Virus) worden namelijk door bijten
tijdens gevechten overgebracht.
Castratie houdt in dat beide teelballen (testikels) onder
algehele narcose chirurgisch worden verwijderd via kleine
sneetjes in de balzak (scrotum). Net als bij de castratie van
een poes is het belangrijk om vanaf de avond voor de ingreep
geen eten meer te geven om complicaties bij de narcose te
voorkomen. Ook een kater mag de dag van de operatie nog naar
huis. Er wordt niet gehecht omdat de wond erg klein is maar ook
om ophoping van eventueel wondvocht te voorkomen. De kat houdt
door likken de wond goed schoon.
Nazorg
Katten herstellen na een castratie meestal opvallend snel. Ze
kunnen nog een paar uur wat suf zijn, maar de volgende dag zijn
ze over het algemeen weer heel levendig. Het is zinvol om (als
dat lukt) uw kitten nog een paar dagen rustig te houden zodat de
inwendige wonden de tijd krijgen om te genezen. Mocht uw kitten
ongewoon rustig en passief lijken, neem dan contact op met uw
dierenarts. Als uw kitten overmatig aan zijn/haar wonden gaat
likken of krabben, verhoogt dit het risico op ontsteking of een
slechte wondgenezing. In dat geval kunt u uw dierenarts om een
beschermend verband of een kraag vragen.
Na een castratie moet u erop bedacht zijn dat een gecastreerde
kat een sterkere neiging tot overgewicht heeft. Als u ziet dat
uw kat te zwaar wordt, pas dan zijn dagelijkse hoeveelheid
voeding aan. Als richtlijn kunt u het beste de voergift met 1/3
deel verminderen.
Plaatselijke verkleuring van de vacht
De temperatuur van de huid speelt een rol in de ontwikkeling van
de vachtkleur van sommige katten (bijvoorbeeld bij Siamezen).
Dit betekent dat als een deel van de vacht wordt geschoren
(zoals bij een castratie) op die plek donkerdere haren
teruggroeien. Dit is echter maar tijdelijk: als de vacht verder
doorgroeit, worden de donkere haren geleidelijk weer vervangen
door normale lichtgekleurde haren.
Adviesleeftijd voor castratie
Een kat kan op praktisch elke leeftijd worden gecastreerd, maar
meestal wordt de castratie uitgevoerd op een leeftijd van 4 tot
6 maanden. Bij castratie op latere leeftijd kan het lastiger
zijn om ongewenste gedragspatronen nog te veranderen.
|