Amyloïdose is een aandoening bij mens en dier die gekenmerkt wordt door stapeling van amyloïd. De stapeling kan zich beperken tot één of enkele organen of weefsels (lokale amyloïdose), maar kan ook gegeneraliseerd voorkomen (systemische amyloïdose).

Gezien de naam zou men kunnen denken dat amyloïd een op zetmeel (amylum) lijkend koolhydraat is. Dat is echter niet zo. Amyloïd is een eiwit. De overeenkomst met zetmeel is dat het met jodium gekleurd kan worden

Bij veel gevallen van amyloïdose is de exacte oorzaak niet bekend. Vaak spelen immunologische stoornissen een rol bij de vorming/stapeling van amyloïd.
  • Bij mensen en dieren is het vaak een bijverschijnsel van chronische ontstekingsprocessen; ook andere chronische infecties kunnen tot de ziekte leiden. De ontstekingsprocessen kunnen primair of secundair zijn.
  • Daarnaast kan amyloïdose voorkomen bij bepaalde tumoren, bijvoorbeeld bij tumoren uitgaande van plasmacellen 1
  • Amyloïdose kan ook voorkomen zonder dat eraan voorafgaande ziekten/aandoeningen voorkomen.
  • Er komen ook erfelijke vormen van amyloïdose voor

Er bestaat geen specifieke therapie ter verwijdering van het gestapelde amyloïd. Therapeutische ingrepen kunnen alleen gericht zijn op behandeling van eventueel voorkomende met amyloïdose geassocieerde ziekteprocessen.

Voorbeelden van amyloïdose bij dieren:

  • Familiaire systemische amyloïdose bij Siamese katten
  • Familiaire, waarschijnlijk erfelijke, enale amyloïse bij de Chinese Shar Pei hond.
  • Amyloïdose van de eilandjes van Langerhans 2 in de pancreas bij katten met diabetes mellitus.

Bij de hond zien we amyloïdose voornamelijk in het schors en het merg van de nieren en bij oudere honden in de hersenen. De afzetting van amyloïd in de nieren bij de hond leidt tot een (sterk) verminderde filtratie functie van de nieren en soms ook tot lekkage van eiwitten. De verminderde filtratie functie leidt op zijn beurt weer tot een ophoping van gifstoffen in het bloed (uramie). De "lekkage" van eiwitten resulteert in eiwitverlies via de urine, waardoor er een eiwit tekort in het bloed ontstaat, met alle gevolgen van dien (verlies van spiermassa, oedemen, vochtophoping de buikholte, etc.)
De amyloïd afzetting in de hersenen leidt tot een beeld dat vergeleken kan worden met de ziekte van Alzheimer bij mensen. Het wordt vooral gezien bij oudere honden, vanaf de leeftijd van 10 jaar.

Bij katten wordt amyloïdose vooral gezien in de alvleesklier, de nieren, de lever en de darmen. De afzetting van amyloïd in de alvleesklier vindt plaats in de zgn. eilandjes van Langerhans. Dit zijn de groepjes cellen die insuline produceren. Amyloïd afzetting in de alvleesklier wordt dan ook geassocieerd met het ontstaan van diabetes mellitus type II bij de kat (en de mens).
Amyloïdose van de nieren bij katten zien we voornamelijk in het niermerg en minder in de schors van de nieren. Dit resulteert in de meeste gevallen in een wat onduidelijk klinisch beeld dan bij nier-amyloïdose van de hond. In beginsel ziet men een relatief langdurig ziektebeeld gekenmerkt door vermagering, slechte vacht een groot urinevolume. Pas als ook de glomeruli (dit zijn de filter-units van de nieren, gelegen in de nierschors) bij het proces betrokken raken ontstaat ook een ophoping van gifstoffen in het bloed (uraemie).
De aantasting van de lever bij lever-amyloïdose kenmerkt zich door een steeds brosser worden van het leverweefsel, waardoor de lever uiteindelijk kan scheuren en er een snelle dood optreedt ten gevolge van een acute inwendige verbloeding. In de meeste gevallen zien we hieraan voorafgaand geen klinische symptomen, maar het is ook mogelijk dat er verschijnselen als ernstige vermagering en uitputting of geelzucht gezien worden.
Darmproblemen ten gevolge van amyloïdose zijn braken en diarree, soms met ernstige vermagering.

 

Amyloïdose kan slechts met 100% zekerheid worden vastgesteld door middel van weefsel onderzoek. Dit weefsel kan worden verkregen door middel van biopten 3 of bij sectie na overlijden. Men moet  echter realiseren dat het nemen van biopten van nieren en/of lever bij het levende dier een bepaald risico met zich meebrengt (bloedingen !!!).
Bepaling van SAA-waarden in het bloed is voor de diagnostiek van amyloïdose zinloos. Het is slechts te gebruiken voor het aantonen van reactiviteit, maar niet voor het aantonen van amyloïdose zelf.
Tot op heden zijn er dan ook geen mogelijkheden om door middel van een bloedtest amyloïdose vast te stellen. We kunnen dan ook slechts op grond van het klinisch beeld, onderzoek naar de nierfunctie in bloed en urine en raspredispositie een vermoeden hebben van het bestaan van amyloïdose bij een bepaalde patiënt.

Tot op heden is helaas nog geen genetisch test beschikbaar, maar wellicht in de toekomst is deze wel beschikbaar.

 

1) Plasmacellen zijn  immungolbinenproducerende cellen die ontstaan zijn uit B lymfocyten en vooral gekenmerkt worden door een grote hoeveelheid cytoplasma , een excentrisch gelegen kern die een radstructuur vertoont en een perinucleair optisch leeg hofje.

2) De eilandjes van Langerhans (genoemd naar hun 19 eeuwse Duitse ontdekker Paul Langerhans ) vormen het endocriene deel van de alvleesklier en produceren hormonale stoffen, die rechtstreeks in de bloedsomloop terecht komen, niet in de alvleesklier zelf. Ze beslaan maar 1 tot 2 % van het gehele pancreasvolume.

Er bestaan verschillende soorten cellenin de eilandjes van Langerhans. De zogeheten α-cellen (ca. 20%) produceren glucagon, de β-cellen (ca. 80%)insuline en de D-cellen gastrine en  somatostatine.

3) Een biopsie is een medische handeling waarbij een stukje weefsel uit het lichaam verwijderd wordt om onderzocht te worden, veelal door de patholoog met de bedoeling een diagnose te stellen. (De juiste term voor het weggenomen weefsel is een (het) biopt. Door incorrecte vertaling van de Engelse termen wordt een biopt in het Nederlands ook wel eens een biopsie genoemd).

Een biopsie stelt de onderzoeker vooral in staat om kwaadaardige weefsels te onderscheiden van goedaardige tumoren, of de aanwezigheid van bepaalde bacteriën aan te tonen. Bekend zijn de biopten uit de borstklier waarbij nog een onderscheid gemaakt wordt tussen micro- en macrobiopten. Ook open biopsiën, waarbij een sneetje wordt gemaakt en onder direct zicht een beetje weefsel wordt weggenomen komen voor. Uit de huid worden vaak stansbiopten  genomen: een proefstukje van enkele millimeters doorsnee. Ook kunnen shavebiopten en excisie -biopten worden genomen. Bij gastroscopie  worden soms maagbiopten genomen met een kleine haptang.

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2009 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 12 juli 2009