Lymeziekte, Lyme-borreliose ook wel (minder
juist) ziekte van Lyme genoemd, is een infectieziekte die
veroorzaakt wordt door Borrellia burgdorferi een
spiraalvormige bacterie (spirocheet) van drie tot acht
micrometer. Het is een vectorziekte die wordt overgedragen door de
schapenteek Ixodes ricinus .
Teken dragen soms de bacterie
Borrelia burgdorferi bij zich. Door een
tekenbeet kan een dier en mens met deze borrelia
geïnfecteerd worden. Hierna ontstaat een
symptomencomplex dat Lyme-borreliose of lymeziekte
wordt genoemd.Een teek kan
verwijderd worden dmv. een tekentang.
Lyme-borreliose wordt veroorzaakt
door de bacterie Borrelia burgdorferi (Bb).
Hoewel de ziekteverschijnselen al aan het begin van
de vorige eeuw in Europa zijn beschreven, werd B.
burgdorferi pas in 1982 ontdekt. Inmiddels is
duidelijk dat er diverse varianten van deze bacterie
bestaan, die zeer waarschijnlijk verschillende
ziekteverschijnselen veroorzaken. Bij
huidverschijnselen is vaak sprake van B, afzelii,
bij neuroborreliose van B. Garinii. In de VS
komt een variant voor die vooral gewrichtsklachten
veroorzaakt; de soorten in Europa geven vaker
huidverschijnselen. De microbiologie van
Borreliasoorten is zeer complex en de kennis op dit
gebied vertoont nog vele lacunes
Onderzoek (Wageningen) heeft
aangetoond dat het aantal teken in Nederland
toeneemt. De toename aan natuurterreinen en de
constructie van ecologische verbindingszones zijn
hier waarschijnlijk debet aan. Ook de toename van
het aantal zoogdieren door het terugdringen van de
jacht is een mogelijke oorzaak.
In de ecologie van de teek spelen
kleine zoogdieren zoals muizen en grote zoogdieren
(doorgaans herten) een grote rol. De teek
overwintert in de holen van kleine zoogdieren.
Kleine zoogdieren zijn meestal niet erg mobiel en
voor verspreiding tussen muizenkolonies maken teken
vaak gebruik van herten of wilde zwijnen. Zonder
natuurlijke verbindingszones sterven geïsoleerde
tekenpopulaties meestal uit.
Lyme-borreliose is een systeemziekte
met een grillig verloop en vele verschijningsvormen.
De wetenschappelijke informatie vertoont nog lacunes
en is deels tegenstrijdig. Het is inmiddels wel
mogelijk de bacterie te kweken en in een hoog
percentage van de gevallen lukt het het DNA van de
bacterie aan te tonen door middel van een PCR
-reactie. Toch ontbreekt nog een door iedereen
erkende gouden regel voor het stellen van de
diagnose. Dit geldt overigens ook voor de definitie
van genezing of voor het vaststellen van het effect
van behandeling. Met de toename van de kennis en de
technieken wordt lyme-borreliose wel steeds meer een
'gewone' bacteriële infectie die detecteerbaar en
behandelbaar is.
Schapenteek
Een infectie met Borrelia
burgdorferi leidt ook vaak niet tot
ziekteverschijnselen, zoals uit het voorkomen van
antistoffen bij mensen uit risicogroepen
(bosarbeiders) blijkt, waarvan er vele wel besmet
zijn (geweest) met de bacterie, zoals uit
bloedonderzoek blijkt, maar die daar nooit wat van
gemerkt hebben. In de Verenigde Staten is een
asymptomatische seroconversie daarentegen zeldzaam.
Wanneer er ziekteverschijnselen ontstaan, worden
deze in drie stadia ingedeeld. De indeling in stadia
is enigszins arbitrair.
De lokale huidinfectie begint als een
rood plekje, meestal na 4-10 dagen en bijna altijd
binnen drie maanden na een tekenbeet. De afwijking
breidt zich in de loop van dagen tot weken tot een
(5-40 cm in diameter) min of meer ronde of ovale
rode plek, vaak met centrale verbleking. De plek is
meestal pijnloos, jeukt meestal niet en is niet
verheven, behalve soms aan de randen.
Voorkeurlokalisatie: romp, poten, oksels en liezen.
Deze afwijking wordt erythema (chronicum) migrans
genoemd. Bij de lokale huidinfectie wordt soms een
griepachtig ziektebeeld met malaise, koorts,
keelpijn en spierpijn gezien. Dit beeld kan ook in
een latere fase van de ziekte gezien worden.
Als een typisch erythema migrans (EM)
wordt geconstateerd is er vrijwel zeker sprake van
Lyme-borreliose. Variaties van het erythema migrans
komen echter voor. Zo kan het erytheem
egaal rood blijven, ontstaan er ter plaatse blaren
of kunnen er meerdere ringen om elkaar heen
zichtbaar zijn. Ook jeuk en pijn kunnen in een
minderheid van de gevallen voorkomen. Meerdere
EM-laesies tegelijk of terugkerende EM-laesies zijn
beschreven.
Ixodes-ricinus

Sommige studies geven aan dat de
atypische vormen van erythema migrans vaker
voorkomen dan de hierboven beschreven typische vorm.
Bij dieren met een typisch
erythema migrans is serologisch bloedonderzoek op
Borrelia burgdorferi niet nodig voor het stellen
van de diagnose. In een vrij aanzienlijk deel van de
gevallen (30-50%) zijn in deze fase van de ziekte
nog geen antistoffen aantoonbaar. Dieren met
erythema migrans dienen derhalve zonder verdere
tests met een antibioticum te worden behandeld. . In
de acute fase kan ook lymphadenosis cutis benigna (borrelia
pseudolymfoom) optreden, een paarsrood onderhuids
bultje op de plaats van de beet of op afstand.
Voorkeurslocatie: oorschelp, oorlel, tepel, neus,
scrotum...
Borrelia burgdorferi
Na de tekenbeet kan Borrelia burgdorferi in
de bloedbaan terecht komen, hetgeen tot een gedissemineerde infectie
leidt. In tegenstelling tot wat eerder gedacht werd, zijn er sterke
aanwijzingen dat de bacterie al binnen enkele etmalen kan
dissemineren en onder andere het centrale zenuwstelsel kan
infiltreren. Via de bloedbaan wordt de bacterie in het lichaam
verspreid, maar bacterie is meestal slechts kort in de
bloedbaan aanwezig. Hoewel de bacterie in elk orgaan terecht kan
komen, ontstaan de meeste ziekteverschijnselen in het zenuwstelsel,
de gewrichten en het hart. Veel eigenaren bemerken bij hun
dier geen teek. Daardoor kan het voorkomen dat de
ziekteverschijnselen niet direct met een Borrelia burgdorferi
infectie in relatie worden gebracht.
De meest voorkomende acute aandoeningen van het
zenuwstelsel zijn ontsteking van hersenzenuwen en/of
ruggenmergzenuwen. Daarnaast komen ook subacute en chronische vormen
van de infectie van het centrale zenuwstelsel voor
Het stellen van de diagnose van een Borrelia
burgdorferi-infectie is in vele gevallen niet eenvoudig
- laboratoriumonderzoek in de vorm van
serologische testen,
- aanvullend onderzoek (neurologisch)
SYMPTOMEN BIJ DE MENS
Er kunnen drie stadia optreden, die overigens niet
allemaal doorlopen hoeven worden. Een geïnfecteerd persoon zal één
of meerdere van deze symptomen in verschillende combinaties
doormaken:
3 dagen tot 3 maanden na de beet
- Ontstaan van een rode ringvormige plek die geleidelijk groter
wordt op de plaats van de beet.
- Ontstaan van grieperige symptomen zoals hoofdpijn, keelpijn,
vermoeidheid en koorts.
Enkele weken of maanden na de beet
- Pijn in armen of benen.
- Scheefstaand gezicht veroorzaakt door een spierverlamming.
- Dubbel zien.
- Hartritmestoornissen.
Maanden of soms zelfs jaren na de beet
- Pijn en zwelling van één (dikwijls thv de knie) of meerdere
gewrichten.
- Chronische neurologische stoornissen (zeldzaam).
- Chronische huidaandoeningen thv armen en/of benen.
Erythema migrans

SYMPTOMEN BIJ DE HOND
Bij honden worden in grote lijnen dezelfde
symptomen als bij de mens gezien. Alleen het eerste stadium, de rode
tot blauwpaarse huidverdikking op de plaats van de beet, komt bij de
hond zelden voor (of wordt misschien niet opgemerkt door de vacht).
Bij honden met een Borrelia-infectie zien we één of meerdere van de
volgende symptomen:
- Koorts
- Kreupelheid, die afwisselend wel of niet aanwezig is.
- Gezwollen gewrichten
- Nierfalen met chronisch eiwitverlies via de nieren
- Meningitis (hersenvliesontsteking)
Deze symptomen zijn vrij aspecifiek en kunnen vele
verschillende oorzaken hebben. Toch moet er bij honden die
regelmatig teken hebben zeker aan Borreliose worden gedacht. De
diagnose kan gesteld worden door Borrelia-antilichamen aan te tonen
in het bloed van de hond. Pas 3 weken na de beet kunnen er voor het
eerst Borrelia-antilichamen worden gevonden in het bloed.
Ook bij gezonde dieren kunnen antilichamen tegen
Borrelia gevonden worden (in Duitsland is 25% van de honden
seropositief, zonder ziekteverschijnselen). Deze dieren zijn wel
geïnfecteerd, maar hebben met behulp van hun afweerapparaat de
ziekte op een adequate manier kunnen verslaan. Het is daarom zaak om
bij honden met onbegrepen koorts, wisselende kreupelheid en een
positieve Borrelia-antilichaamtiter, ook alle andere mogelijke
oorzaken uit te sluiten
De therapie voor Lyme is niet wezenlijk anders bij
dieren dan bij mensen. Anders dan bij mensen is, dat de diagnose
vaak in een later stadium gesteld wordt. Toch blijft de enige
aangewezen behandeling een antibioticumkuur. Aanbevolen antibiotica
bij dieren zijn: amoxicilline, tetracycline en doxycycline in
standaard doseringen gedurende 2 weken. Hoe sneller de
antibioticumtherapie wordt ingezet, des te beter zijn de kansen op
een snelle genezing en kunnen complicaties voorkomen worden.
|