|
Suikerziekte is een aandoening
die zich ontwikkelt omdat er een tekort is aan insuline. Insuline is
een hormoon dat het lichaam nodig heeft om glucose te helpen
gebruiken.
Een tekort aan insuline is vaak
het gevolg van een beschadiging van de alvleesklier, het orgaan in
het lichaam dat insuline produceert.
Bij een dier met suikerziekte
kan een aantal symptomen optreden en hoe langer de ziekte niet
behandeld wordt, des te meer complicaties, zoals cataract (grauwe
staar), er kunnen optreden. Hoewel er geen genezing is voor
suikerziekte, kan het behandeld worden door middel van een dieet,
beweging en vaak door extra insuline dmv. een injectie. Net als bij
mensen zijn er verschillende vormen van suikerziekte en de vorm zal
de behandeling van uw dier bepalen.
Bij sommige dieren wordt
suikerziekte niet veroorzaakt door een tekort aan insuline, maar
door een hormonale verandering of door het gebruik van medicijnen
die het effect van insuline verminderen.
Twee belangrijke vormen van
suikerziekte:
* Insuline-afhankelijke Diabetes
Mellitus: Dit is de meest voorkomende vorm en men dient dan extra
insuline aan het dier toe. Dit gebeurt dan doormiddel van een
injectie.
* Niet-insuline-afhankelijke
Diabetes Mellitus: Bij deze vorm wordt er nog wel enige natuurlijke
insuline geproduceerd, zodat er geen extra insuline hoeft te worden
toegediend, maar behandeling van de ziekte vindt bijvoorbeeld plaats
aan de hand van een gewichtscontroleprogramma.
Symptomen:
-
Gewichtsverlies;
-
Braken;
-
Staar (bij honden),
dat blindheid veroorzaakt;
-
Depressief zijn;
-
Meer dorst hebben;
-
Meer en regelmatig
urineren;
-
Verandering in
eetlust, eerst meer en later minder.
Factoren die het risico op
suikerziekte kunnen vergroten of veroorzaken:
-
Lichaamsconditie:
Dieren met overgewicht hebben een grote aanleg om suikerziekte
te ontwikkelen.
-
Hormonale
veranderingen: Suikerziekte kan veroorzaakt worden door
hormonale veranderingen gedurende een korte periode zoals
teefjes die loops worden of door het gebruik van bepaalde
medicijnen.
-
Ras: Sommige rashonden
zoals Samojeden, Dwergschnauzer, Dwergpoedels en Mopshondjes
zijn meer vatbaar voor suikerziekte dan andere rassen. Bij
kattenrassen bestaat er geen verschil in het risico op
suikerziekte.
-
Geslacht: Bij honden komt
suikerziekte dubbel zo vaak voor bij teefjes dan bij reuen,
terwijl bij katten gecastreerde katers meer risico lopen.
-
Leeftijd: Dieren kunnen
suikerziekte op elke leeftijd ontwikkelen hoewel de meeste
dieren het rond achtjarige leeftijd krijgen.
|