De moderne (inhalatie) anesthesiologie onderscheidt voor de toepassing van algemene anesthesie drie pijlers: bewustzijnsverlaging, pijnbestrijding en spierverslapping 1. Voor deze drie pijlers worden verschillende medicijnen (of farmaca) gebruikt, elk voor een ander effect, maar soms zijn de effecten overlappend of elkaar zelfs versterkend. We onderscheiden algemene anesthesiemiddelen (anesthetica of hypontica 3), pijnstillers 2 (meestal op morfine gelijkende middelen, opiaten of opioïden ) en spierverslappers De anesthesiemiddelen kunnen intraveneus (in de aderen) intramusculair (in de spieren) worden ingespoten of worden ingeademd (inhalatie). Ook combinaties van beide toedieningsvormen worden breed toegepast.

Het proces van de anesthesie bestaat uit drie onderdelen: het in slaap vallen (de inleiding of inductie), de periode waarin de operatie plaats vindt (het onderhouden van de anesthesie) en het wakker worden (uitleiding).

Om het dier in slaap te brengen kan van verschillende methoden gebruik worden gemaakt. 

  • narcose vaak wordt  'ingeleid' door het geven van een intraveneuze of intramusculaire dosis van een  anestheticum zoals bijvoorbeeld propofol , waarna voor het onderhouden van de narcose een inhalatie-anestheticum (dampvormig) kan worden gebruikt gecombineerd met analgetica.
  • Bij jonge dieren wordt de narcose bijna altijd 'ingeleid' door het laten inademen van een dampvormig-mengsel via een 'kapje'. Men gebruikt hiervoor dampvormige anesthetica.  Momenteel gebruikt men hier nog voor, meestal gemengd met een van een aantal andere mogelijke dampen zoals, Isofluraan Hierbij worden intraveneus/ intramusculair pijnstillende farmaca zoals bijvoorbeeld Tolfedine, Metacam gegeven.

De toepassing van algehele anesthesie gaat vaak gepaard met toepassing van vormen van beademing omdat de sterke anesthesiemiddelen vaak leiden tot onderdrukking van de ademhaling en omdat bij gebruik van spierverslapping de eigen ademhaling van het dier verlamd is. Daarnaast moeten er veiligheidsmaatregelen worden genomen om de luchtweg vrij te houden en om te voorkomen dat inhoud van de  maag (passief) in de longen loopt. Daarom wordt vaak een buis ( zgn tube) ingebracht tot nét onder de stembanden en wordt een ballonnetje om de tube ('cuff' of manchet) opgeblazen die rond het uiteinde zit. Hierdoor wordt de luchtweg afgesloten en vindt beademing via de buis plaats.

Toepassing van anesthesie vindt plaats onder uitgebreide bewaking met apparatuur

 

1) Een spierverslapper is een geneesmiddel dat de spiertonus  verlaagt. Spierverslappers worden vooral toegepast om operaties te vergemakkelijken en/of mogelijk te maken. Bovendien is er minder slaapmiddel en pijnstiller nodig om de operatie te kunnen uitvoeren. Daarnaast worden spierverslappers met name gebruikt om intubatie, het inbrengen van een beademingsbuis voor het beademen van een patiënt mogelijk te maken. Momenteel gebruikte spierverslappers zijn in te delen in depolariserende spierverslappers en niet-depolariserende spierverslappers.

2) Een pijnstiller of analgeticum is een medicijn dat gebruikt wordt om pijn te verzachten of weg te nemen. Analgetica werken op verschillende manieren in op hetperifere  of centrale zenuwstelsel. NSAID's  (Non-steroidal anti-inflammatory drugs) zijn ontstekingsremmende geneesmiddelen die niet behoren tot de groep van de corticosteroïden. Het pijnstillend effect berust op het remmen van de prostaglandinesynthese in het lichaam.  Opioïden zijn pijnstillers gebaseerd op stoffen die afkomstig zijn uit opium Deze oefenen hun werking uit na opioïdenreceptoren, die voorkomen in de hersenen, ruggemerg en het perifere zenuwstelsel.

3) Sedativa zijn bewustzijnsverlagende geneesmiddelen. Milde sedativa of kalmerende middelen worden onder andere toegepast bij hinderlijke nervositeit. Een andere naam voor sedativum/sedativa is hypnoticum/hypnotica.

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2007 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 10 september 2007