In het begin van deze eeuw werd in Westfalen in Duitsland uit oude slagen van kleine langharige Staande Honden de Kleine Munsterlander of Heidewachtel gefokt. Hij is verwant aan de Franse Epagneuls en en de Drentsche patrijshond. Het ras komt op talrijke schilderijen voor van oude Meesters. Edmund Loins, een Westfaalse jachtopziener, heeft het ras in de tweede helft van de vorige eeuw weer nieuw leven ingeblazen. Doel van de fok van dit ras was het komen tot een veelzijdige gebruikshond. Het is een Staande Hond die ook goed verloren zoekt, apporteert en eventueel wild uit de dekking drijft. Heidewachtel betekent "kwartelhond van de heide".

Toepassing  / gebruik:Jachthond
 

Beweging/ activiteit: De Heidewachtel heeft zeer veel beweging nodig en is niet geschikt als stadshond.
 


Uiterlijke kenmerken:

  • Algemeen: De Heidewachtel is een korte, rechthoekige, sterke maar adellijke en elegante verschijning. Lichaam gestrekt met diepe borst, goed gewelfde ribben, licht opgetrokken buik. Benen matig lang met niet te zwaar bot.
  • Kleur: Bruin met wit, bruin-schimmel, tan aftekeningen aan de snuit en boven de ogen toegestaan.
  • Hoofd en schedel: Droog en adellijk. Niet te brede, lichtgewelfde en naar verhouding smalle schedel, lange krachtige snuit en weinig stop. Donkerbruine ogen. Niet te lange oren, vlak hangend. Schaargebit.
  • Staart: Lang, goed bevederd. Recht gedragen of iets opgebogen.
  • Voeten: Rond.
  • Beharing: Lang, sluik, enigszins gegolfd, glad aanliggend, lichte bevedering.
  • Schofthoogte: Reu: 50 - 56 cm, Teef: 48 - 54 cm


 

Karakter:

  • Aanhankelijk
  • Verstandig
  • Gehoorzaam
  • Waakzaam
  • Trouw
  • Vriendelijk
     

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2007 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 10 september 2007