|
Hartfalen of hartzwakte (decompensatio
cordis) is een aandoening waarbij het hart niet meer in staat is
om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de weefsels
te voldoen. Onder normale omstandigheden bestaat er een evenwicht
tussen de hoeveelheid bloed die het hart uitpompt (hartminuutvolume)
en de behoefte van de weefsels aan zuurstof en voedingsstoffen. Bij
veranderende behoefte van de weefsels wordt het hartminuutvolume
daaraan aangepast. De weefsels regelen daarnaast zelf hun optimale
doorbloeding door hun bloedvaten dicht te knijpen of juist open te
zetten.
Als gevolg van de verminderde
pompfunctie van het hart krijgen veel organen, aanvankelijk met name
bij verhoogde vraag, niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen meer.
Dit leidt weer tot snelle vermoeidheid en tot kortademigheid bij
geringe inspanning. Het lichaam tracht door regelmechanismen de
vulling van het vaatbed te verhogen, dit zorgt er weer voor dat het
lichaam vocht vasthoudt. Dieren die lijden aan hartfalen hebben dan
ook vaak last van meer vocht in het longvaatbed (in spreektaal als
'vocht achter de longen' aangeduid), in ernstige gevallen uitmondend
in longoedeem waardoor de kortademigheid sterk verergert, vooral bij
platliggen.
De symptomen lijken vaak op die
van astma (kortademigheid, vermoeidheid; acute decompensatie heet
daarom ook asthma cardiale). Verder blijft er vocht achter in
de laagste gedeelten van het lichaam waardoor er dikke poten en
gewrichten (perifeer oedeem) ontstaan. Als gevolg van de
symptomen van hartfalen treden er in het lichaam
compensatiemechanismen in werking. Deze kunnen op korte termijn een
gunstige invloed hebben op de bovenstaande symptomen, maar op de
lange termijn verergeren deze compensatie mechanismen juist het
hartfalen. Het dier komt dan in een vicieuze cirkel terecht. Het
hartfalen kan vooral aan de linker- of aan de rechter hartkamer te
wijten zijn. Bestaat het lang dan gaan echter beide kamers meedoen.
Symptomen:
-
Moeite met ademhalen;
-
Zich niet goed kunnen
bewegen;
-
Sloomheid en weinig
kracht;
-
Herhaaldelijk hoesten;
-
Gezwollen buik;
-
Verminderde eetlust;
-
Flauwte en inzinking;
-
Moeite met ademhalen,
bijv. snel en piepend;
-
Gedeeltelijke verlamming
van de achterbenen (bij katten).
Oorzaken van hartfalen zijn:
- Verminderde hartspierfunctie:
- Stofwisselingsziekten (cardiomyopathie)
waardoor uiteenlopende lichaamstoffen in de
spier opstapelen en uiteindelijk de
spierfunctie nadelig beïnvloeden. b.v.
ijzerstapeling (hemochromatose).
- infectieus:
hartspierinfecties (myocarditis) door
virussen.
- toxisch: bepaalde
medicijnen tegen kanker beschadigen de
hartspier.
- metabool: gebrek aan
bepaalde vitaminen leidt tot hartfalen
- hypertrofie: de hartspier
is zo dik dat hij niet goed meer kan
ontspannen en er in de vullingsfase maar
weinig bloed in kan stromen ('diastolische
dysfunctie').
- Verminderde pompfunctie:
-
- Defect van de
hartkleppen (meeste voorkomende
hartaandoening bij honden). Dit kan een
lekkende hartklep (klepinsufficientie)
zijn waardoor (een deel van) het bloed
weer terugstroomt en weer dezelfde weg
moet afleggen. Het kan ook door een
hartklepvernauwing (stenose) komen
waardoor de doorgang vernauwd is.
Klepgebreken ontstaan soms door
infectie, soms door degeneratie, en zijn
ook wel eens aangeboren.
- Hartritmestoornissen.
Het hart is dan ook minder goed in staat
om bloed rond te pompen.
Hartspierweefsel zijn de meest
voorkomende hartstoornissen bij katten. Hartaandoeningen ontwikkelen
zich tot hartfalen wanneer het hart niet in staat is genoeg bloed te
pompen om de lichaamsweefsels te bevoorraden met zuurstof en
voedingsstoffen.
Hartfalen is niet één ziekte, maar
een complex van symptomen voortvloeiend uit een
hartziekte leidend tot verminderde hartfunctie. Bij
een combinatie van symptomen kan de dierenarts met
behulp van verschillende technieken de ernst en
oorzaak vaststellen.
- Röntgenfoto van de borstkas (thoraxfoto)
- Bloedonderzoek
- ECG
Verder kan het hartfalen in
verschillende klassen worden onderverdeeld:
- Klasse I: kortademigheid
alleen bij flinke inspanning
- Klasse II: kortademigheid
treedt op bij matige inspanning
- Klasse III: kortademigheid
treedt al op bij geringe inspanning
- Klasse IV: kortademigheid in
rust
Factoren die de ontwikkelingen
kunnen beinvloeden:
-
Leeftijd: Hartaandoeningen bij honden
komen vaker voor op oudere leeftijd; katten met hartaandoeningen
zijn gewoonlijk op middelbare leeftijd of ouder.
-
Ras: Bij honden komt een
chronisch aandoening van de hartkleppen vaker voor bij kleine
rassen zoals Cavalier King Charles Spaniels en Dwergpoedels.
Hartspierweefsel aandoeningen komen meer voor bij (zeer) grote
rassen zoals Duitse Doggen en Ierse Wolfshonden.
-
Geslacht:Hartaandoeningen
komen vaker voor bij mannelijke honden en katten.
-
Lichaamsconditie:Honden en katten die met
veel overgewicht kampen, hebben meer kans op een hartaandoening
Behandeling:
De voedingsbehandeling van
dieren met een hartaandoening helpt om de belasting van het hart te
verlagen door de hoeveelheid vloeistof die wordt vastgehouden in het
lichaam te verminderen.
Behandeling van hartfalen kan
plaatsvinden met geneesmiddelen en soms met
ondersteunende dieetvoeding (Early
Cardic Royal Canin)De
geneesmiddelen die bij hartfalen worden
voorgeschreven zijn o.a.
- ACE-remmers en ARB' (zoals
Fortekor,
Vasotop etc): Doorbreken de compensatie
mechanismen die het hartfalen verergeren.
- Diuretica (plaspillen):
deze stimuleren de vochtuitdrijving door de
nieren waardoor de oedemen afnemen.
-
Digoxine:
Verbetert de contractiekracht van het hart.
Algemene maatregelen:
Als een dier een hartpatient is
blijft het belangrijk om extreme belasting te voorkomen. Natuurlijk
mag het dier gewoon worden uitgelaten, maar dit dient gedoseerd te
gebeuren.
Voorkom overgewicht van het
dier. Dit is namelijk een extra belasting van het hart.
|