Gekko's variëren in lengte van iets meer dan een centimeter tot 20-30 centimeter inclusief staart. Weinig soorten worden veel langer, de langste ooit was ruim 60 cm, maar deze soort is waarschijnlijk uitgestorven. Veruit de meeste gekko's zijn nachtactief en hebben camouflagekleuren als grijs en bruin, slechts enkele soorten hebben felle kleuren zoals de groene boomgekko (Naultinus manukanus) en de Madagaskardaggekko's uit het geslacht Phelsuma.
Deze soorten zijn dagactief en rusten 's nachts. Madagaskardaggekko's snoepen wel eens nectar of vruchtsappen, maar alle gekko's leven in hoofdzaak van insecten. Met name de huisgekko's uit het geslacht Hemidactylus worden in warmere streken erg gewaardeerd omdat ze zich weinig aantrekken van de mens. In stedelijke gebieden ruimen ze vele insecten op, zoals huiskrekels en kakkerlakken. Er zijn echter ook soorten die vanwege de schreeuwerige paargeluiden wat minder geliefd zijn. Sommige gekko's, zoals de tokeh (Gekko gecko) kunnen flink bijten, maar alleen als ze worden opgepakt en meestal wordt eerst een schreeuwend geluid gemaakt als waarschuwing. Een aantal soorten gekko's is populair in de dierenhandel, zoals veel Phelsuma-soorten en de woestijngekko.
Gekko's staan bekend om hun vermogen om tegen allerlei oppervlakken te klimmen, zelfs verticaal en ondersteboven op glas, het komt ook voor bij veel anolissen, zoals de roodkeelanolis (Anolis carolinensis). Dit doen ze door middel van speciale gegleufde kussentjes op hun tenen, ook wel lamellae genoemd. Jarenlang werd gedacht dat het hechtoppervlak een 'klittenbandachtige' werking had. Onlangs bleek dat dit wel ongeveer klopte, maar de hechting wordt niet veroorzaakt door draadjes die in elkaar haken, maar door haartjes die uitlopers hebben die zo klein en talrijk zijn, dat een natuurkundig verschijnsel optreedt: de Van der Waalskrachten. Dit treed alleen op als het gecreëerde hechtoppervlak enorm veel groter is dan het echte hechtoppervlak. In het dagelijks leven spelen deze krachten geen rol, er is alleen iets van te merken als de schaal heel erg klein wordt. De gekko kan deze krachten echter niet 'aan' en weer 'uit' zetten, hij plakt vast aan een oppervlak zodra de tenen contact maken, en kan pas weer los komen door de tenen in een hoek van ongeveer dertig graden op te lichten. Het bijzondere aan deze aanpassing is dat het systeem altijd werkt; sommige gekko's kunnen meer dan 10 jaar oud worden en er zijn geen vloeistoffen of andere stoffen benodigd.Een andere eigenschap van gekko's is dat ze hun staart meestal laten 'vallen' als ze hieraan vastgegrepen worden. De staart breekt af bij een speciaal breukvlak in de staartwervels. Hij groeit daarna aan en zal bij alle latere keren weer daar afbreken. Dit verschijnsel heet autotomie en ziet men ook bij veel andere hagedissen, maar ook bij regenwormen, sommige vissen en veel geleedpotigen, hoewel er hierbij ook wel sprake is van regeneratie. Afrikaanse huisgekko's eten soms hun eigen jongen.
