|
Engelse Setter
De Engelse Setter is een van de oudste Staande Hondenrassen.
In de 18e eeuw hebben twee fokkers, Edward Laverack en
Purcell Llewellin veel aan de totstandkoming van het ras
bijgedragen. Laverack fokte deze honden omdat hij Spaniels
wilde verbeteren. Deze honden werden gebruikt voor de jacht
op patrijzen en kwartels. De fokprodukten van Laverack waren
geheel zuiver en van hoge kwaliteit, en werden daarom later
door Llewellin gebruikt om het ras verder uit te bouwen. Hij
kruiste de Laveriack's honden met vers bloed uit het Noorden
van Engeland. Overigens werden waarschijnlijk ook de Gordon
Setter en de Ierse Setter ingekruist om te komen tot een
perfecte jachthond. Uiteindelijk ontstond uit deze
kruisingen een jachthond die inderdaad zeer goed kon werken.
Het is een aanhankelijke en zachtaardige hond die uitstekend
kan jagen en veel beweging nodig heeft.
Toepassing/ gebruik: jachthond
Beweging/ activiteit: De Engelse Setter heeft zeer veel
beweging nodig en heeft behoefte aan gezelschap.
Uiterlijke kenmerken:
-
Algemeen: De Engelse
Setter is een middelgrote en sterke hond die een
adellijke uitstraling moet hebben. Dit ras valt op door
zijn sierlijkheid en gratie. Het lichaam is middelmatig
lang met rechte en sterke rug. De schouders en de
achterhand zijn goed gehoekt. De benen zijn matig lang
met zwaar bone. Hals vrij lang en vrij van keelhuid.
-
Kleur: Zwart met wit;
donker of licht oranje en wit. Zwart, wit en tan, of
leverkleur en wit.
-
Hoofd en schedel: Het
hoofd is lang en droog met duidelijke stop. Van voren
gezien is de schedel relatief smal en gewelfd. De
achterhoofdsknobbel is duidelijk zichtbaar. Tamelijk
diepe neuspartij met rechte neusrug die even lang is als
de schedel. Donkerbruine ogen. De oren zijn middelmatig
lang, laag aangezet en hangen in een vouw. Schaargebit.
-
Staart: Middelmatig
lang, recht of licht gebogen. Meestal wordt de staart in
een lijn met de rug gedragen. De pluim of vlag onder aan
de staart hangt in een franje omlaag.
-
Voeten: Kort en sterk.
Het haar tussen de tenen beschermt de voet.
-
Beharing: Golvend, lang,
zijdeachtig. Op het hoofd en de voorkant van de benen
korter. Goede bevedering.
-
Schofthoogte: Reu: 63 -
67 cm, Teef: 60 - 63 cm
Karakter:
-
Zacht
-
Aanhankelijk
-
Rustig
-
Betrouwbaar
-
Gesteld op gezelschap
|