Cholesterol (Gr., chole = gal, stereos = vast;galstenen bestaan namelijk grotendeels uit cholesterol) is eenvetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwsteen van ,celmembranen, steroïdhormonen, vitamine D en gal. Het lichaam maakt zelf cholesterol, voornamelijk inlever, bijnieren, darmen en testes. Voor een klein gedeelte wordt het rechtstreeks opgenomen uit de voeding.
Lipiden (o.a. cholesterol en vet) zijn niet oplosbaar in water en deze stoffen worden in het bloed vervoerd door middel van lipoproteïnen . Deze lipoproteïnen zijn kleine bolletjes bestaande uittriglyceriden of cholesterolesters omgeven door fosfolipiden en  apolipoproteïnen  Men deelt deze lipoproteïnen in naar fracties met een verschil in dichtheid. Lipoproteïnen met een relatief lage dichtheid (vetten drijven op water) noemt men 'low density' lipoproteïne (LDL). Lipoproteïnen met een relatief hogere dichtheid noemt men 'high density' lipoproteïne (HDL)

Het low density liporoteïne (LDL vervoert cholesterol naar alle delen van het lichaam waar het door de cellen wordt gebruikt. LDL-cholesterol wordt ook wel 'slecht' cholesterol genoemd. Het teveel aan cholesterol wordt door het 'high density liporoteïne (HDL) naar de lever afgevoerd en daar omgezet in galzout. Met de galvloeistof wordt het in de darmen uitgescheiden en verlaat met de ontlasting het lichaam. HDL-cholesterol wordt daarom ook wel 'goed' cholesterol genoemd.

Door oververzadiging van de gal met cholesterol kan het cholesterol neerslaan, en kunnen er galstenen ontstaan. In de westerse landen vormen cholersterolstenen ongeveer 80% van de galstenen.

Al langer is het in de literatuur bekend dat HDL- en LDL-cholesterol in verschillende subklassen verschijnen. HDL kan bijvoorbeeld in 5 subklassen worden verdeeld, waarbij voor de grootste 3 geldt dat er een omgekeerd evenredige relatie bestaat met hart en vaatziekten (HVZ). De kleinere twee varianten hebben deze beschermende werking niet. Ook voor LDL geldt iets soortgelijks. LDL wordt op grond van het type vaak in twee categorieën gescheiden: het "small dense LDL" (patroon B) en het "large buoyant LDL" (patroon A). LDL-grootte correleert positief met de plasma HDL-concentratie en negatief met de plasma triglyceridenconcentratie (TG). Met andere woorden: als er meer grotere LDL deeltjes zijn, is er meer HDL en minder TG in het plasma. Dit betekent een significante verkleining van het risico opatherosclerotoisch aandoeningen en hart- en vaatziekten in het algemeen.

De combinatie van "small dense LDL", lage HDL-waarden en hoge TG-waarden noemt men dan ook het "atherogenic lipoprotein profile" oftewel (vrij vertaald) het "atheromabevorderende bloedlipidenprofiel", en deze conditie is deels erfelijk. LDL-grootte wordt door het Adult Treatment Panel III (V.S.) in toenemende mate gezien als een relevante risicofactor voor hart - en vaatziekten. Het is dus zeker niet alleen het cholesterol dat invloed heeft op de kans op hart- en vaatziekten: allerlei eigenschappen van de vetten die we eten en de vetten in ons bloed zijn van belang. De kennis hiervan neemt in het laatste decennium snel toe.

 

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2007 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 10 september 2007