|
Cavalier King Charles
Spaniel
De naam King Charles Spaniel herinnert aan het feit dat
Koning Karel II van Engeland vrijwel altijd omgeven was door
meer van deze spaniels. De Cavalier King Charles stierf
bijna uit in de tijd van Victoria en Edward, toen men
plattere hoofden mooier vond. Met de Pekingees, de Japanse
Spaniel en de Mopshond kreeg men een voorliefde voor brede
hoofden en zeer platte neuzen en werd de King Charles
ontwikkeld. In 1923 had de King Charles bijna het huidige
Cavalier type vervangen. Naderhand vond men het platte hoofd
van de King Charles toch niet zo heel mooi en fokten een
aantal fokkers het hoofd weer terug tot normale proporties
en ontstond de huidige Cavalier King Charles Spaniel. In
1926 werd zelfs een prijs uitgeloofd voor de fokker die het
beste het oude type, met het wat langere en minder stompe
hoofd wist te fokken, uitgeloofd door Mr Roswell Eldridge,
die deze prijs beschikbaar stelde voor de beste honden op de
Crufts, de grootste hondenshow ter wereld die in Engeland
wordt gehouden. De naam Cavalier werd pas in 1928 toegevoegd
toen het ras verder werd ontwikkeld. Pas in 1948 werd dit
ras door de Britse Kenel Club erkend als apart ras, naast de
King Charles Spaniel. Niet alleen werd het ras pas laat in
Engeland erkend, pas in 1952 werden de eerste Cavaliers naar
de VS gestuurd door Lady Forwood. Het is des te opvallender
dat ondanks de korte geschiedenis als erkend ras, de
Cavalier de populairste "toy-dog" is in Engeland! De King
Charles Spaniel en de Cavalier King Charles zijn te
onderscheiden door de vorm van het hoofd en de grootte van
de hond. De King Charles heeft een veel vlakkere en stompere
kop dan de Cavalier King Charles. Dit is een aangenaam ras
en zeer geschikt als gezelschapsdier. De vacht en ogen
moeten echter elke dag verzorgd worden!
Toepassing/ gebruik:Gezinshond
Beweging/ activiteit: Normale
lichaamsbeweging. Past zich snel aan. Het ras is echter
ongeschikt om in een buitenkennel te houden.
Uiterlijke kenmerken:
- Algemeen: De Cavalier King
Charles Spaniel is een levendige en alerte hond en vrij
in zijn bewegingen. Het lichaam heeft een rechte rug,
matig brede en voldoende diepe borst en goed gewelfde
ribben. De voorbenen staan goed recht onder het lichaam
met gemiddeld bone. De schouders zijn matig gehoekt. De
achterbenen zijn middelmatig bespierd en goe dgehoekt.
De hond moet goed gelijkmatig op alle vier benen staan.
Tamelijk korte hals, goed genoeg bespierd om een lichte
boog te vormen ten opzichte van de borst. De hals loopt
mooi over in de schouderpartij.
- Kleur: Er zijn vier kleuren
toegestaan: Zwart met bruin (ravezwart met bruine
aftekeningen), driekleur (zwart-wit met bruine
aftekeningen), Blenheim (goed verdeelde bruine
aftekeningen op parelwitte ondergrond met tussen de oren
een ruitvormige aftekening, de "spot"). Ruby: geheel
dieprood van kleur.
- Hoofd en schedel: Het hoofd is
tussen de oren bijna vlak, niet gewelfd. Vlakke stop.
Lengte van de basis van de stop tot aan de neuspunt
circa 4 cm. Neusgaten goed ontwikkeld en zwart. Snuit
toelopend. Kaken worden bedekt door de lippen. Gezicht
onder de ogen gevuld, zodat geen ingevallen wangen
ontstaan. Juist deze opvulling onder de ogen geeft de
Cavalier zijn karakteristieke uistraling, en de
vriendelijke en lieve uitdrukking. Voorsnuit breed en in
harmonie met de grootte van de schedel. Ogen zijn groot,
donker en staan ver uit elkaar geplaatst. De oren zijn
hoog aangezet, lang en hangen vlak. Schaargebit.
- Staart: Inkorten van de staart
- tot maximaal tweederde - is niet verplicht. De
staartlengte van de staart moet in harmonie zijn met de
grootte van het lichaam.
Voeten: Compact, met goed ontwikkelde eeltkussens en
bevedering.
Beharing: Lang, zijdeachtig, glad of licht golvend, kort
op het hoofd, goede bevedering.
Gewicht: 7,5 en 11 kg .
Karakter:
- Levendig
- Sportief
- Onbevreesd
- Vrolijk
- Lief met kinderen
- Sterk
|