De baardagame of baardagaam (Pogona vitticeps) is een hagedis die behoort tot de familie agamen (Agamidae).

Alle soorten uit het geslacht Pogona worden wel met baardagame aangeduidt, zoals de dwergbaardagame (Pogona henrylawsoni), die kleiner blijft en een minder sterk ontwikkelde baard heeft. De hier beschreven soort Pogona vitticeps (Inland Bearded Dragon, vert: inlandse baardagame) is echter de meest bekende en de enige soort die veel wordt aangeboden in de dierenhandel. Net als andere Pogona-soorten behoorde Pogona vitticeps lange tijd tot het geslacht Amphibolurus.

Baardagame paartje

De baardagame is endemisch in Australië en leeft in het centraal-oostelijke deel van het land in halfwoestijnen en droge bossen. Alleen overdag is de agame actief, 's nachts wordt gerust onder stenen of in holen. Net als alle reptielen is de agame koudbloedig en dus afhankelijk van de temperatuur van zijn omgeving. Om op te warmen kruipt hij op een steen om te zonnen, bij te hoge temperaturen wordt het hol opgezocht om te schuilen. De baardagame is zoals veel agamen een bodembewonende soort die goed overweg kan op de grond, maar ook kan klimmen op rotsen en in bomen. Vooral de jongere dieren klimmen, ze zijn dan veilig voor hun grotere kannibalistische soortgenoten, die meer op de bodem blijven.

De baardagame is een middelgrote hagedis met krachtige klauwen en een duidelijk afgeplat lichaam. Een volwassen baardagame is maximaal 60 cm lang, waarvan ongeveer de helft bestaat uit de staart. Op de kop zijn vooral bij mannetjes stekelrijen te zien, evenals op staart en rug en dan vooral aan de zijkanten. De kop is driehoekig en relatief groot en stomp, de ogen en gehoorsopeningen zijn duidelijk te zien.
De 'baard' bestaat uit een opzetbare keelzak die bedekt is met stekelvormige schubben die naar voren steken als de keelzak wordt getoond, hierdoor lijkt de kop een stuk groter. Het opzetten van de baard dient dan ook uitsluitend om te imponeren. Agamen hebben een dikke tong die soms redelijk lang is. Veel soorten kunnen van kleur veranderen. Kameleons zijn ontstaan uit de agamen.

De baardagame heeft dezelfde kleur als zijn omgeving, roodbruin met grillige, donkere vlekken op de rug en streken op de kop. Deze tekening steekt sterk af bij de jonge dieren, en vervaagt naarmate de dieren groter worden; oudere exemplaren zijn meestal egaal van kleur. De bruinrode tot grijze kleur dient ter camouflage, en lijkt op de omgeving waarin de agame leeft. De in de dierenhandel meest aangeboden kleur is roodbruin tot lichtbruin.

De baardagame is één van de weinige reptielen die onder de juiste omstandigheden enigszins tam kan worden (het beste is van jongs af aan met enige regelmaat te hanteren) , waarbij de schuwheid voor mensen verdwijnt. Was na het hanteren (en verzorgen) de handen met zeep, om een salmonella-infectie te vermijden. Infecties met deze bacterie komen zeer zelden voor, kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand lopen het hoogste risico. een infectie uit zich in braken, diarree, koorts en buikkrampen. Hierdoor is de hagedis populair als huisdier en er is veel over de levenswijze en het gedrag bekend. De baardagame wordt gehouden in een terrarium. Dit is een volledig afgesloten glazen bak waarin de levensomstandigheden van het dier worden nagebootst. Daarbij zijn belangrijk dat een geschikt substraat wordt gebruikt, er voldoende zon- en schuilmogelijkheden zijn en dat de temperatuur en luchtvochtigheid niet te hoog of te laag worden.

De baardagame stelt ten opzichte van andere reptielen minder eisen met betrekking tot de verzorging. Omdat de baardagame een woestijnbewoner is, houdt het dier van droge, kale omstandigheden wat een voordeel is omdat er zo minder kans is op beschimmeling en het terrarium relatief makkelijk schoon te houden is. Het is zeer belangrijk om voor het aanschaffen van een baardagame veel informatie op te doen. Voordat men een baardagame aanschaft, dient men er bijvoorbeeld rekening mee te houden dat een jonge baardagame 7 tot 15 jaar oud kan worden, ongeveer net zo oud als een hond of kat.

Gezonde baardagamen zijn alert en kijken helder uit hun ogen. Als dat niet zo is, gaat het vaak om een ziek of sterk verzwakt exemplaar. Ook het gewicht en de vetreserves van de agame, voornamelijk bij de buik, moeten op peil zijn. Dit is ook te zien aan de heupbeenderen, die normaal gesproken niet te zien zijn, maar bij een zwak of ziek dier vaak uitsteken. Kijk daarom altijd goed rond in een winkel of koop een baardagame bij een kweker die gespecialiseerd is in baardagamen. Goedkoop is bij veel reptielen vaak duurkoop omdat medicijnen of bezoekjes aan de dierenarts (die vaak niet gespecialiseerd is in reptielen) behoorlijk in de papieren kunnen lopen.

De baardagame past zich aan aan de verschillende seizoenen, het is sterk aan te raden om deze na te bootsen. Hierdoor blijven ze in hun natuurlijke cyclus en dat heeft grote invloed op het welzijn en de gezondheid van de dieren. Ook is de baardagame op die manier het beste te kweken. De baardagame kent een winterrust, geen winterslaap maar een minder actieve periode waarin ook minder tot niets wordt gegeten. Gedurende deze tijd zijn de kleuren ook minder intens. De winterrust begint als in Nederland en België de winter begint, de temperatuur en het lichtduur en -intensiteit moeten geleidelijk verlaagd worden (kan door middel van schakelaars/dimmers). Schoon water moet altijd beschikbaar blijven. De winterrust duurt ongeveer twee maanden, daarna moeten temperatuur en licht weer worden verhoogd. De agame zal langzamerhand meer gaan eten en actiever worden, na de winterrust begint het voortplantingsseizoen.

De baardagame kan communiceren door "morse-achtige" signalen te maken door met de kop te knikken en de voorpoten te zwaaien, net zoals andere leguaanachtigen (Iguania) als andere agamen, leguanen en anolissen. Het mannetje kan zijn zwarte stekelbaard opzetten. Het vrouwtje zal door middel van het zwaaien met haar voorpoten laten zien dat ze wil paren. Ongeveer een maand na de paring zal het vrouwtje een dikke buik krijgen, de eitjes zijn dan te zien. Het is belangrijk om al voor de bevruchting het vrouwtje wat meer voer en met name vitaminen en kalk te geven voor de ontwikkeling van de eitjes. Vlak voordat deze worden afgezet, stopt het vrouwtje met eten. Het best kan een bak met vochtig zand worden geplaatst in het terrarium, zo diep dat de baardagame er helemaal in kan. Hier maakt het vrouwtje een kuil waarin de eieren worden begraven, dit gebeurt meestal 's avonds. Een legsel bestaat uit ongeveer 12 tot 28 eieren, soms ook meer. In een broedmachine kan de ideale temperatuur worden gehandhaafd, wat het uitkomstpercentage ten goede komt, de temperatuur moet 28 tot 31 graden zijn. De eitjes mogen niet gedraaid worden want dan kan de embryo sterven. De eieren komen na ongeveer 50 tot 60 dagen uit. Daarnaast is het goed om te weten dat van 1 paring een vrouwtje tot wel 3 keer eieren kan leggen. Dit vergt uiteraard een grote inspanning van haar waardoor het verstandig is om een man en vrouw alleen voor een paring bij elkaar te zetten zodat de eitjes in alle rust kunnen worden afgezet.

    

Baardagame man            Baardamage vrouw

Bij de incubatie zijn belang:

De temperatuur van het substraat. Voor de meest (sub)tropische soorten moet deze minimaal 26 C, maximaal 33 C zijn. Zorg voor een constante temperatuur met een maximale afwijking van 1 C. meestal wordt bij ongeveer 30 C geïncubeerd. De temperatuur heeft invloed op een aantal zaken.

  •  de verhouding mannetjes/ vrouwtjes. Soms leveren zowel  hoge als lage temperaturen veel vrouwtjes op en tussentemperaturen voornamelijk mannetjes.
  •  de incubatietijd. Hogere temperaturen geven snellere ontwikkeling. Bij (langdurige) te hoge (en te lage) temperaturen sterven de embryo's af.
  •  de grootte en groei. Lagere temperaturen geven vaak grotere, sterkere jongen.
  •  misvormde jongen zijn vaak het gevolg van een te hoge temperatuur.
  •  pigmentering (kleuring) van de jonge dieren: 1) de vochtigheid van de lucht, deze moet hoog zijn (80-100), 2) de vochtigheid van het substraat.3) Micro-organismen om het ei, Een goed ei is mooi van kleur en kan veel hebben. Bij doorlichten (pas op voor te veel hitte) is adervorming of donkerkleuring in het ei te zien. 4) Verwijder maden of wormen op de eieren met een kwastje, zonder de eieren te draaien. Leg ze in een nieuw substraat. Maak verwijderde eieren altijd open om de oorzaak te achterhalen. Onbevruchte of zeer vroeg gestorven eieren bevatten een kazige massa. Als volledige uitgegroeide jongen niet uit het ei komen, was het substraat te vochtig of de temperatuur verkeerd, of hebben ouderdieren te weinig vitaminen of mineralen gehad. 5) beweging van de eieren. Draai de eieren NOOIT. Het embryo hangt niet vast en beschadigd bij draaiing. De eerste 24 uur is het draaien minder ernstig. Markeer de bovenkant van elk ei met potlood. leg eieren bij onvoorziene draaiing weer in de oorspronkelijke stand terug. 6) De hoeveelheid zuurstof en kooldioxide om het ei. Ventileer zodanig dat de temperatuur gehandhaafd kan blijven.

Als ze uit het ei gekropen zijn, kunnen de juvenielen het best in een ander terrarium worden gezet. De oudere dieren kunnen de jonkies pletten of er zelfs een opeten. Voer de jongen iedere dag veel jonge krekeltjes en fruitvliegjes en bepoeder deze met supplementen. Voorzie de jongen in principe van alles wat de volwassenen ook hebben maar dan in mindere mate/kleiner formaat, de temperatuur moet hetzelfde blijven. Het drinkbakje moet ondiep zijn, omdat ze snel verdrinken.

Let bij de opfok op de volgende punten.

  •  Het terrarium dient en verkleinde versie te zijn van het terrarium voor de ouderdieren, met dezelfde temperatuur, iets vochtiger omstandigheden en gemakkelijk schoon te maken.
  •  Jonge dieren zijn gevoelig voor uitdroging. Veel woestijndieren worden in de natste tijd geboren. Besproei jonge dieren daarom liefst elke dag met water mits dit geen stress veroorzaakt (vluchten voor het water). Voeg regelmatig vitamine D3 en kalk aan het water toe. Zorg voor een vochtige plek in de opfokbak, bijvoorbeeld en bakje vochtig veenmos.
  • Het duurt vaak een aantal dagen voordat jonge dieren gaan eten. Ze eten meestal hetzelfde als hun ouders, maar vaak een hogere behoefte aan dierlijke eiwitten. Voer liever drie per dag een beetje dan eens per dag te veel. Teveel krekel maken de diertjes gek en kunnen de jongen aanvreten.
  •  Zien eten, doet eten, veel jonge dieren worden daarom in groepjes opgefokt, totdat territoriumdrang ontstaat. Nadat het eerste jong is gaan eten, zullen de anderen vaak volgen.
  •  Geeft extra aandacht aan toevoeging van voldoende (voor D3) en mineralen (vooral calcium)

Afbeelding:Pogona vitticeps young.jpg jonge baardagame

 

 

Legnood. Door een slechte kalk/ vitamine D3 verhouding maakt vrouwtje wel eieren aan. maar kan ze niet kwijt. Ook stress of het ontbreken van een goede eilegplaats kan legnood veroorzaken. Legnood uit zich doordat een drachtig vrowutje mager in haar staart en poten wordt en een vermoeide indruk maakt. Soms gaat weer eten. Eventuele niet gelegde eieren verkazen. Nadat inderdaad eend drachtigheid is vastgesteld kunnen "legbevorderende middelen" (dierenarts) worden ingespoten. Als dat niet helpt, moet het vrouwtje geopereerd worden. Een risicovolle en ingrijpende operatie !!, waarbij vaak de vrouwelijke geslachtsorganen (ovaria) worden weggenomen. Het moet echter omdat anders het vrouwtje dood gaat.

Een baardagame is omnivoor en eet zowel vlees als verschillende soorten groenten en fruit. Het vlees bestaat uit voedseldieren zoals krekels, sprinkhanen, wasmotlarven, buffalowormen en krulvliegen. meel- en moriowormen zijn minder geschikt vanwege hun harde pantser dat verstoppingen kan veroorzaken.

Als alternatief wordt wel baardagamepellets, katten- of hondenvoer aangeboden, deze manier van voeren geniet een steeds grotere belangstelling. Geef echter wel seniorenvoer van een veterinair merk, liefst droge brokjes die na goed in water te zijn geweekt worden aangeboden. In voer uit blik zitten te veel zouten in die de lever van de baardagame aantasten. Baardagamen kunnen hier goed op leven maar missen de lichaamsbeweging bij het achternazitten van prooien. Voer alleen voedseldieren, en nooit andere (zelfgevangen) dieren als kevers, muizen of amfibieën, deze kunnen de agame beschadigen of vergiftigen.

Groente en fruit kunnen iedere dag worden aangeboden, bijvoorbeeld: tomaat (niet te vaak voeren omdat er veel vocht in zit), banaan, appel (schillen, anders kunnen verstoppingen ontstaan) en andijvie. Baardagamen hebben de voorkeur voor fel gekleurde groenten en bloemen, liefst geel, en ze zijn dol op paardenbloemen. Zowel het blad als de bloem worden gegeten, maar de steel is giftig en moet niet gevoerd worden. In sommige groenten zitten stoffen waar de agame niet tegen kan zoals spinazie, dat oxaalzuur en nitraat bevat. Ook tannine verdraagt de agame slecht, deze stof zit onder andere in tuinbonen, erwten en druiven.

Baardagamen hebben een permanent gevulde en schone watervoorziening nodig waar ze uit kunnen drinken. Jonge baardagamen staan er om bekend dat ze in de kleinste plasjes water al snel verdrinken. Een omgekeerde dop van een glazen pot met een laagje water erin is daarom diep genoeg, maar het water verdampt hieruit snel en mag nooit opraken. Bij volwassen dieren kan een waterbak neergezet worden omdat ze niet zo snel verdrinken. Aan het water kunnen gelijk vitaminen worden toegevoegd, kalk niet want dit lost slecht op en vervuilt het water snel. Ook is het aan te raden bij jongere dieren iedere dag en bij oudere 2 tot 3 per week te nevelen of te sproeien. Baardagamen likken liever dauwdruppels op dan uit een bakje te drinken.

Het blijft belangrijk om er op te letten dat de dieren voldoende vocht opnemen. Worden ze minder actief en gaan ze met half dichte ogen zitten, dan is er een goede kans dat vochtgebrek het probleem is. Door de dieren met de snuit in een waterbakje te dompelen, wordt dit probleem opgelost. Belangrijk voor het spijsverteringsstelsel is het dat de dieren voldoende warm zijn. Zitten de dieren te koud dan wordt het voedsel niet verteerd en blijft het in het maagdarmkanaal rotten. Twee zaken dient u de dieren zeker te geven, een goed kalkpreparaat dat laag in fosfaatgehalte is en (bij twijfel aan de juistheid van uw UV lamp) vit D3. Strooi over het plantaardige voer steeds het kalkpreparaat en bevochtig het groen met water waarin een paar druppeltjes wateroplosbare vitamine D3-oplossing zit. Wees zuinig met het gebruik van Multi-vitamines.
Verder vinden de agamen het leuk om met de hand gevoerd te worden, zij zullen met hun kleverige tong stukjes van uw vingers pakken
!

Baardagamen hebben altijd ook vitaminen en mineralen nodig, voornamelijk kalk, daarom dient een preparaat over het voedsel gestrooid te worden. Deze soms gecombineerde kalk- en vitaminenpreparaten zijn in de regel te koop bij de dierenspeciaalzaak waar de agame is aangeschaft. Met name de snelgroeiende jonge dieren hebben veel kalk nodig, geef dit 4-5 keer per week. Een gebrek aan kalk veroorzaakt al snel onomkeerbare vergroeingen van de botten en de schedel of rachitis, dit is een veel voorkomende ziekte bij baardagamen. Oudere, volwassen dieren hebben minder kalk nodig, maar de vrouwtjes kunnen vlak voor de paartijd wel wat extra kalk gebruiken vanwege de ontwikkeling van de eitjes die veel kalk nodig hebben. Een teveel aan kalk kan eveneens voor problemen zorgen, zoals verkalking van organen of van de eieren. Ook vitamines en mineralen zijn belangrijk, deze kunnen worden vermengd met het kalk.

Een UV-B lamp is nodig voor de omzet van de niet-bruikbare vitamine D2 (die wordt aangeboden) naar vitamine D3. De lamp moet 10 tot 12 uur branden, dit ligt aan het merk en de sterkte van de lamp, vraag advies bij de dierenwinkel. Voor de opgroeiende baardagame is het het beste om het dier 3a 4 keer per week een half uur in de zon te zetten

 


Gezondheid: de laatste jaren is enorm veel bekend geworden over ziekte bij reptielen. Ook aan de Universiteiten wordt meer aandacht geschonken aan onderzoek en het behandelen van reptielen. Het is niet de bedoeling hier alle ziektes van de baardagaam te bespreken en uit te diepen. Daarom zal ik slechts een aantal algemeenheden noemen.

Het begint natuurlijk bij de aankoop. Maar ook bij u thuis gelden de volgende richtlijnen:

Een gezonde  baardagame herkent men aan:
 

  •  is alert
  •  actief
  •  heeft heldere ogen
  •  heeft geen ingevallen ogen 
  •  heeft geen opgezwollen oogleden
  •  heeft een gave onbeschadigde huid
  •  heeft een schone cloaca
  •  heeft "stevige" ontlasting
  •  heeft geen slijm in de bek of neus
  •  draagt geen  parasieten (teken of mijten)
  •  heeft een goed sluitende bek,
  •  en eet normaal

 

Een gezonde baardagame bek is van binnen in principe rozewit. Mondrot (stomatitis)  uit zich in eerste als lichte, gezwollen slijmvliezen in of rond bek of neus, rode puntjes en lichtgeel en "kazig ', afgestorven weefsel in de bek. Het komt vooral voor bij verzwakte slangen en reptielen.

Longontsteking (pneumonie) uit zich door overtollig slijm in en op de neus en bek, een piepend geluid bij een zware ademhaling en een geopende bek tijdens de ademhaling (gapen). Het gaat soms gepaard met mondrot, maar komt bij alle reptielen ook zelfstandig voor. Tocht is meestal de oorzaak.

Opgezwollen of tranende ogen kunnen duiden op een vitamine A tekort. Een vitamine A houdende oogzalf wordt geadviseerd in combinatie met extra vitamine over het groenvoer.

Mijten zuigen bloed bij reptielen. De donkerrode tot zwarte, 1 mm grote mijten zitten overdag meestal verscholen in huidplooien (oksels, oogleden), onder schubben en in ooropeningen. Mijten zijn vaak beter te herkennen aan een zilveren stof op de reptielen (vervellingshuidjes van mijten). Vervang het bodemsubstraat door kranten.

Abcessen kunnen met een scalpel geopend worden, met een wattenstaafje worden schoongemaakt en daarna worden ingewreven met een antibioticumzalf.

Rachitis uit zich o.a. in kromme poten of staart, uitstekende heupbeenderen, plotselinge breuken, weke schilden, slappe kaken, opgezette tenen, slechte eischalen, slechte ei-uitkomst, dode, kleine, zwakke en mismaakte jongen. Rachitis wordt veroorzaakt door gebrek aan vitamine D3 of kalk. Het is, zeker bij uitgegroeide dieren, moeilijk te verhelpen en moet dus voorkomen worden (zie voeding)

Alle reptielen kunnen door verschillende oorzaken (verstopping, ziekte, bevalling) hun cloaca of (hemi)penis naar buiten duwen (prolaps). Houd het gedeelte vochtig en schoon en maak een afspraak bij uw dierenarts.

Verstoppingen van het maagdarmstelsel kunnen ontstaan als er zand en stenen worden meegehapt met voer dat niet in een bakje ligt, als er te weinig drinkgelegenheid is of als het voedsel te vezelarm is. Dieren ontlasten niet meer, hebben een dikke buik en persen vaak. Dit kan vaak verholpen worden door zonnebloemolie, paraffine of glycerine (0.3 ml per 100 gram lichaamsgewicht) via een sonde (b.v. een lang siliconen buisje dat op een injectiespuit past) via de slokdarm in/voor de maag te brengen. Veel grote baardagamen hebben enorme sterke kaken die moeilijk open te krijgen zijn. Steek dan een plat voorwerp (b.v. plastic lepelsteel of houten spatel bij niet te grote hagedissen) tussen de kaken en draai het verticaal. Houd het zo, terwijl een tweede persoon een sonde zover inbrengt, dat hij lichte weerstand voelt. Spuit dan het middel naar binnen.

Vervellingsresten duiden op een te droog terrarium of op vitamine A gebrek. Wanneer de reptielen vervellen, help ze dan niet door het trekken aan de losse vellen, dit kan de onderliggende huid beschadigen. Beter is het de dieren te baden in lauw water of te benevelen.

Ook bij dieren die u verdenkt van verstopping zijn warme baden goed.

Soms moeten baardagamen onder dwang gevoerd worden. Doe dit niet te snel, probeer eerst de oorzaak van de voedselweigering weg te nemen. Dwangvoederen is zeer stressverwekkend en mag alleen als laatste redmiddel worden toegepast. Bij hagedissen en schildpadden kan een pasta of vloeistof via een sonde in de maag worden

Vergeet niet om regelmatig de bodembedekkers (schimmelvorming) te vervangen of te reinigen/desinfecteren.
Het knippen van nagels bij baardagamen is vaak niet nodig als er voldoende ruwe stenen in het terrarium aanwezig zijn.

 

In de ontlasting van de dieren kan men verschillende soorten parasieten aantreffen die behandeld moeten worden:

  • Spoelwormen, de eieren zijn meestal ovaal met een donkere kern of elk gevuld met één jonge worm.
  • Flagellaten, bewegende eencelligen met haartjes. Symptomen van flagellaten zijn niet  eten, braken, een vieze slijmerige ontlasting en slome dieren.
  • Amoeben zien eruit als donkere kernen in een helder protoplasma ( een grillige, doorzichtige, langzaam bewegende cel). Amoeben komen vooral voor bij slangen maar ook bij baardagamen en worden door insecten of menselijke handelingen overgedragen. Niet eten, een naar de staartpunt toe vuile, bloederige cloaca en bloederige ontlasting zijn symptomen van amoeben
  • Verminderde eetlust, vermagering en diarree (met bloed) zijn tekenen van coccidiose. Soms zijn kleine, ronde of zich delende stadia in mestpreparaten te vinden. Overtollig slijm in de bek duidt vaak op longaandoeningen. Verzamel het met een wattenstaafje (een swab) in een buisje en breng het naar een dierenarts.

Voor onderzoek van ontlasting is de gouden regel, hoe verser des te beter.

 

Transport: bij het transport mag de temperatuur de extreme waarden niet overschrijden. Een doos van piepschuim isoleert goed, maar niet afdoende. Een stilstaande auto koelt erg snel af bij koud weer en in de zon loopt de temperatuur juist erg snel op. Dieren kunnen warm worden gehouden door een warme kruik (bijvoorbeeld flessen warm water gewikkeld in een handdoek) of warmtepakket (heat-pack) in de verpakking te plaatsen. Deze laatste kunnen soms wel 50 C en mogen dan dus niet te dicht bij de dieren liggen (vooraf controleren). Ook onder kleding op het lichaam meegedragen blijven dieren warm. Een in het donker is het minst stressverwekkend.

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@dierenkliniek-willig.com.
Copyright © 2007 Dierenkliniek Willig
Laatst bijgewerkt: 10 september 2007