| De baardagame of baardagaam (Pogona vitticeps)
is een hagedis die behoort tot de familie agamen (Agamidae).
Alle soorten uit het geslacht Pogona worden
wel met baardagame aangeduidt, zoals de dwergbaardagame (Pogona
henrylawsoni), die kleiner blijft en een minder sterk
ontwikkelde baard heeft. De hier beschreven soort Pogona
vitticeps (Inland Bearded Dragon, vert: inlandse baardagame) is
echter de meest bekende en de enige soort die veel wordt aangeboden
in de dierenhandel. Net als andere Pogona-soorten behoorde
Pogona vitticeps lange tijd tot het geslacht Amphibolurus.
Baardagame paartje
De baardagame is endemisch in Australië en leeft
in het centraal-oostelijke deel van het land in halfwoestijnen en
droge bossen. Alleen overdag is de agame actief, 's nachts wordt
gerust onder stenen of in holen. Net als alle reptielen is de agame
koudbloedig en dus afhankelijk van de temperatuur van zijn omgeving.
Om op te warmen kruipt hij op een steen om te zonnen, bij te hoge
temperaturen wordt het hol opgezocht om te schuilen. De baardagame
is zoals veel agamen een bodembewonende soort die goed overweg kan
op de grond, maar ook kan klimmen op rotsen en in bomen. Vooral de
jongere dieren klimmen, ze zijn dan veilig voor hun grotere
kannibalistische soortgenoten, die meer op de bodem blijven.
De baardagame is een middelgrote
hagedis met krachtige klauwen en een duidelijk
afgeplat lichaam. Een volwassen baardagame is
maximaal 60 cm lang, waarvan ongeveer de helft
bestaat uit de staart. Op de kop zijn vooral bij
mannetjes stekelrijen te zien, evenals op staart en
rug en dan vooral aan de zijkanten. De kop is
driehoekig en relatief groot en stomp, de ogen en
gehoorsopeningen zijn duidelijk te zien.
De 'baard' bestaat uit een opzetbare keelzak die
bedekt is met stekelvormige schubben die naar voren
steken als de keelzak wordt getoond, hierdoor lijkt
de kop een stuk groter. Het opzetten van de baard
dient dan ook uitsluitend om te imponeren. Agamen
hebben een dikke tong die soms redelijk lang is.
Veel soorten kunnen van kleur veranderen. Kameleons
zijn ontstaan uit de agamen.
De baardagame heeft dezelfde kleur
als zijn omgeving, roodbruin met grillige, donkere
vlekken op de rug en streken op de kop. Deze
tekening steekt sterk af bij de jonge dieren, en
vervaagt naarmate de dieren groter worden; oudere
exemplaren zijn meestal egaal van kleur. De
bruinrode tot grijze kleur dient ter camouflage, en
lijkt op de omgeving waarin de agame leeft. De in de
dierenhandel meest aangeboden kleur is roodbruin tot
lichtbruin.

De baardagame is één
van de weinige reptielen die onder
de juiste omstandigheden enigszins
tam kan worden (het beste is van
jongs af aan met enige regelmaat te
hanteren) , waarbij de schuwheid
voor mensen verdwijnt. Was na het
hanteren (en verzorgen) de handen
met zeep, om een salmonella-infectie
te vermijden. Infecties met deze
bacterie komen zeer zelden voor,
kinderen, ouderen en mensen met een
verminderde weerstand lopen het
hoogste risico. een infectie uit
zich in braken, diarree, koorts en
buikkrampen. Hierdoor is
de hagedis populair als huisdier en
er is veel over de levenswijze en
het gedrag bekend. De baardagame
wordt gehouden in een terrarium. Dit
is een volledig afgesloten glazen
bak waarin de levensomstandigheden
van het dier worden nagebootst.
Daarbij zijn belangrijk dat een
geschikt substraat wordt gebruikt,
er voldoende zon- en
schuilmogelijkheden zijn en dat de
temperatuur en luchtvochtigheid niet
te hoog of te laag worden.
De baardagame stelt
ten opzichte van andere reptielen
minder eisen met betrekking tot de
verzorging. Omdat de baardagame een
woestijnbewoner is, houdt het dier
van droge, kale omstandigheden wat
een voordeel is omdat er zo minder
kans is op beschimmeling en het
terrarium relatief makkelijk schoon
te houden is. Het is zeer belangrijk
om voor het aanschaffen van een
baardagame veel informatie op te
doen. Voordat men een baardagame
aanschaft, dient men er bijvoorbeeld
rekening mee te houden dat een jonge
baardagame 7 tot 15 jaar oud kan
worden, ongeveer net zo oud als een
hond of kat.
Gezonde
baardagamen zijn alert en kijken
helder uit hun ogen. Als dat niet zo
is, gaat het vaak om een ziek of
sterk verzwakt exemplaar. Ook het
gewicht en de vetreserves van de
agame, voornamelijk bij de buik,
moeten op peil zijn. Dit is ook te
zien aan de heupbeenderen, die
normaal gesproken niet te zien zijn,
maar bij een zwak of ziek dier vaak
uitsteken. Kijk daarom altijd goed
rond in een winkel of koop een
baardagame bij een kweker die
gespecialiseerd is in baardagamen.
Goedkoop is bij veel reptielen vaak
duurkoop omdat medicijnen of
bezoekjes aan de dierenarts (die
vaak niet gespecialiseerd is in
reptielen) behoorlijk in de papieren
kunnen lopen.
De baardagame past
zich aan aan de verschillende
seizoenen, het is sterk aan te raden
om deze na te bootsen. Hierdoor
blijven ze in hun natuurlijke cyclus
en dat heeft grote invloed op het
welzijn en de gezondheid van de
dieren. Ook is de baardagame op die
manier het beste te kweken. De
baardagame kent een winterrust, geen
winterslaap maar een minder actieve
periode waarin ook minder tot niets
wordt gegeten. Gedurende deze tijd
zijn de kleuren ook minder intens.
De winterrust begint als in
Nederland en België de winter
begint, de temperatuur en het
lichtduur en -intensiteit moeten
geleidelijk verlaagd worden (kan
door middel van
schakelaars/dimmers). Schoon water
moet altijd beschikbaar blijven. De
winterrust duurt ongeveer twee
maanden, daarna moeten temperatuur
en licht weer worden verhoogd. De
agame zal langzamerhand meer gaan
eten en actiever worden, na de
winterrust begint het
voortplantingsseizoen.
De baardagame kan communiceren
door "morse-achtige" signalen te maken door met de
kop te knikken en de voorpoten te zwaaien, net zoals
andere leguaanachtigen (Iguania) als andere agamen,
leguanen en anolissen. Het mannetje kan zijn zwarte
stekelbaard opzetten. Het vrouwtje zal door middel
van het zwaaien met haar voorpoten laten zien dat ze
wil paren. Ongeveer een maand na de paring zal het
vrouwtje een dikke buik krijgen, de eitjes zijn dan
te zien. Het is belangrijk om al voor de bevruchting
het vrouwtje wat meer voer en met name vitaminen en
kalk te geven voor de ontwikkeling van de eitjes.
Vlak voordat deze worden afgezet, stopt het vrouwtje
met eten. Het best kan een bak met vochtig zand
worden geplaatst in het terrarium, zo diep dat de
baardagame er helemaal in kan. Hier maakt het
vrouwtje een kuil waarin de eieren worden begraven,
dit gebeurt meestal 's avonds. Een legsel bestaat
uit ongeveer 12 tot 28 eieren, soms ook meer. In een
broedmachine kan de ideale temperatuur worden
gehandhaafd, wat het uitkomstpercentage ten goede
komt, de temperatuur moet 28 tot 31 graden zijn. De
eitjes mogen niet gedraaid worden want dan kan de
embryo sterven. De eieren komen na ongeveer 50 tot
60 dagen uit. Daarnaast is het goed om te weten dat
van 1 paring een vrouwtje tot wel 3 keer eieren kan
leggen. Dit vergt uiteraard een grote inspanning van
haar waardoor het verstandig is om een man en vrouw
alleen voor een paring bij elkaar te zetten zodat de
eitjes in alle rust kunnen worden afgezet.

Baardagame man
Baardamage vrouw
Bij de incubatie zijn belang:
De temperatuur van het substraat.
Voor de meest (sub)tropische soorten moet deze
minimaal 26 C, maximaal 33 C zijn. Zorg voor een
constante temperatuur met een maximale afwijking van
1 C. meestal wordt bij ongeveer 30 C geïncubeerd. De
temperatuur heeft invloed op een aantal zaken.
- de verhouding
mannetjes/ vrouwtjes. Soms leveren zowel
hoge als lage temperaturen veel vrouwtjes op en
tussentemperaturen voornamelijk mannetjes.
- de incubatietijd.
Hogere temperaturen geven snellere ontwikkeling.
Bij (langdurige) te hoge (en te lage)
temperaturen sterven de embryo's af.
- de grootte en groei.
Lagere temperaturen geven vaak grotere, sterkere
jongen.
- misvormde jongen zijn
vaak het gevolg van een te hoge temperatuur.
- pigmentering (kleuring)
van de jonge dieren: 1) de vochtigheid van de
lucht, deze moet hoog zijn (80-100), 2) de
vochtigheid van het substraat.3)
Micro-organismen om het ei, Een goed ei is mooi
van kleur en kan veel hebben. Bij doorlichten
(pas op voor te veel hitte) is adervorming of
donkerkleuring in het ei te zien. 4) Verwijder
maden of wormen op de eieren met een kwastje,
zonder de eieren te draaien. Leg ze in een nieuw
substraat. Maak verwijderde eieren altijd open
om de oorzaak te achterhalen. Onbevruchte of
zeer vroeg gestorven eieren bevatten een kazige
massa. Als volledige uitgegroeide jongen niet
uit het ei komen, was het substraat te vochtig
of de temperatuur verkeerd, of hebben
ouderdieren te weinig vitaminen of mineralen
gehad. 5) beweging van de eieren. Draai de
eieren NOOIT. Het embryo hangt niet vast en
beschadigd bij draaiing. De eerste 24 uur is het
draaien minder ernstig. Markeer de bovenkant van
elk ei met potlood. leg eieren bij onvoorziene
draaiing weer in de oorspronkelijke stand terug.
6) De hoeveelheid zuurstof en kooldioxide om het
ei. Ventileer zodanig dat de temperatuur
gehandhaafd kan blijven.
Als ze uit het ei gekropen zijn, kunnen de
juvenielen het best in een ander terrarium worden gezet. De oudere
dieren kunnen de jonkies pletten of er zelfs een opeten. Voer de
jongen iedere dag veel jonge krekeltjes en fruitvliegjes en bepoeder
deze met supplementen. Voorzie de jongen in principe van alles wat
de volwassenen ook hebben maar dan in mindere mate/kleiner formaat,
de temperatuur moet hetzelfde blijven. Het drinkbakje moet ondiep
zijn, omdat ze snel verdrinken.
Let bij de opfok op de
volgende punten.
- Het terrarium dient
en verkleinde versie te zijn van het
terrarium voor de ouderdieren, met dezelfde
temperatuur, iets vochtiger omstandigheden
en gemakkelijk schoon te maken.
- Jonge dieren zijn
gevoelig voor uitdroging. Veel
woestijndieren worden in de natste tijd
geboren. Besproei jonge dieren daarom liefst
elke dag met water mits dit geen stress
veroorzaakt (vluchten voor het water). Voeg
regelmatig vitamine D3 en kalk aan het water
toe. Zorg voor een vochtige plek in de
opfokbak, bijvoorbeeld en bakje vochtig
veenmos.
- Het duurt vaak een aantal
dagen voordat jonge dieren gaan eten. Ze
eten meestal hetzelfde als hun ouders, maar
vaak een hogere behoefte aan dierlijke
eiwitten. Voer liever drie per dag een
beetje dan eens per dag te veel. Teveel
krekel maken de diertjes gek en kunnen de
jongen aanvreten.
- Zien eten, doet
eten, veel jonge dieren worden daarom in
groepjes opgefokt, totdat territoriumdrang
ontstaat. Nadat het eerste jong is gaan
eten, zullen de anderen vaak volgen.
- Geeft extra
aandacht aan toevoeging van voldoende (voor
D3) en mineralen (vooral calcium)
jonge baardagame
Legnood. Door een slechte
kalk/ vitamine D3 verhouding maakt vrouwtje wel
eieren aan. maar kan ze niet kwijt. Ook stress
of het ontbreken van een goede eilegplaats kan
legnood veroorzaken. Legnood uit zich doordat
een drachtig vrowutje mager in haar staart en
poten wordt en een vermoeide indruk maakt. Soms
gaat weer eten. Eventuele niet gelegde eieren
verkazen. Nadat inderdaad eend drachtigheid is
vastgesteld kunnen "legbevorderende middelen"
(dierenarts) worden ingespoten. Als dat niet
helpt, moet het vrouwtje geopereerd worden. Een
risicovolle en ingrijpende operatie !!, waarbij
vaak de vrouwelijke geslachtsorganen (ovaria)
worden weggenomen. Het moet echter omdat anders
het vrouwtje dood gaat.
Een baardagame is
omnivoor en eet zowel vlees als verschillende
soorten groenten en fruit. Het vlees bestaat uit
voedseldieren zoals krekels, sprinkhanen,
wasmotlarven, buffalowormen en krulvliegen. meel- en
moriowormen zijn minder geschikt vanwege hun harde
pantser dat verstoppingen kan veroorzaken.

Als alternatief wordt
wel baardagamepellets, katten- of hondenvoer aangeboden, deze manier
van voeren geniet een steeds grotere belangstelling.
Geef echter wel seniorenvoer van een veterinair
merk, liefst droge brokjes die na goed in water te
zijn geweekt worden aangeboden. In voer uit blik
zitten te veel zouten in die de lever van de baardagame aantasten. Baardagamen kunnen hier goed
op leven maar missen de lichaamsbeweging bij het
achternazitten van prooien. Voer alleen
voedseldieren, en nooit andere (zelfgevangen) dieren
als kevers, muizen of amfibieën, deze kunnen de
agame beschadigen of vergiftigen.
Groente en fruit kunnen iedere dag
worden aangeboden, bijvoorbeeld: tomaat (niet te
vaak voeren omdat er veel vocht in zit), banaan,
appel (schillen, anders kunnen verstoppingen
ontstaan) en andijvie. Baardagamen hebben de
voorkeur voor fel gekleurde groenten en bloemen,
liefst geel, en ze zijn dol op paardenbloemen. Zowel
het blad als de bloem worden gegeten, maar de steel
is giftig en moet niet gevoerd worden. In sommige
groenten zitten stoffen waar de agame niet tegen kan
zoals spinazie, dat oxaalzuur en nitraat bevat. Ook
tannine verdraagt de agame slecht, deze stof zit
onder andere in tuinbonen, erwten en druiven.
Baardagamen hebben een permanent
gevulde en schone watervoorziening nodig waar ze uit
kunnen drinken. Jonge baardagamen staan er om bekend
dat ze in de kleinste plasjes water al snel
verdrinken. Een omgekeerde dop van een glazen pot
met een laagje water erin is daarom diep genoeg,
maar het water verdampt hieruit snel en mag nooit
opraken. Bij volwassen dieren kan een waterbak
neergezet worden omdat ze niet zo snel verdrinken.
Aan het water kunnen gelijk vitaminen worden
toegevoegd, kalk niet want dit lost slecht op en
vervuilt het water snel. Ook is het aan te raden bij
jongere dieren iedere dag en bij oudere 2 tot 3 per
week te nevelen of te sproeien. Baardagamen likken
liever dauwdruppels op dan uit een bakje te drinken.
Het blijft belangrijk om er op
te letten dat de dieren voldoende vocht opnemen.
Worden ze minder actief en gaan ze met half dichte
ogen zitten, dan is er een goede kans dat
vochtgebrek het probleem is. Door de dieren met de
snuit in een waterbakje te dompelen, wordt dit
probleem opgelost. Belangrijk voor het
spijsverteringsstelsel is het dat de dieren
voldoende warm zijn. Zitten de dieren te koud dan
wordt het voedsel niet verteerd en blijft het in het
maagdarmkanaal rotten. Twee zaken dient u de dieren
zeker te geven, een goed kalkpreparaat dat laag in
fosfaatgehalte is en (bij twijfel aan de juistheid
van uw UV lamp) vit D3. Strooi over het plantaardige
voer steeds het kalkpreparaat en bevochtig het groen
met water waarin een paar druppeltjes wateroplosbare
vitamine D3-oplossing zit. Wees zuinig met het
gebruik van Multi-vitamines.
Verder vinden de agamen het leuk om met de hand
gevoerd te worden, zij zullen met hun kleverige tong
stukjes van uw vingers pakken!
Baardagamen hebben altijd ook
vitaminen en mineralen nodig, voornamelijk kalk,
daarom dient een preparaat over het voedsel
gestrooid te worden. Deze soms gecombineerde kalk-
en vitaminenpreparaten zijn in de regel te koop bij
de dierenspeciaalzaak waar de agame is aangeschaft.
Met name de snelgroeiende jonge dieren hebben veel
kalk nodig, geef dit 4-5 keer per week. Een gebrek
aan kalk veroorzaakt al snel onomkeerbare
vergroeingen van de botten en de schedel of
rachitis, dit is een veel voorkomende ziekte bij
baardagamen. Oudere, volwassen dieren hebben minder
kalk nodig, maar de vrouwtjes kunnen vlak voor de
paartijd wel wat extra kalk gebruiken vanwege de
ontwikkeling van de eitjes die veel kalk nodig
hebben. Een teveel aan kalk kan eveneens voor
problemen zorgen, zoals verkalking van organen of
van de eieren. Ook vitamines en mineralen zijn
belangrijk, deze kunnen worden vermengd met het
kalk.
Een UV-B lamp is nodig voor de
omzet van de niet-bruikbare vitamine D2 (die wordt
aangeboden) naar vitamine D3. De lamp moet 10 tot 12
uur branden, dit ligt aan het merk en de sterkte van
de lamp, vraag advies bij de dierenwinkel. Voor de
opgroeiende baardagame is het het beste om het dier
3a 4 keer per week een half uur in de zon te zetten
Gezondheid: de laatste jaren is enorm veel bekend geworden over
ziekte bij reptielen. Ook aan de Universiteiten wordt meer aandacht
geschonken aan onderzoek en het behandelen van reptielen. Het is
niet de bedoeling hier alle ziektes van de baardagaam te bespreken
en uit te diepen. Daarom zal ik slechts een aantal algemeenheden
noemen.
Het begint natuurlijk bij de aankoop. Maar ook bij u thuis gelden
de volgende richtlijnen:
Een gezonde baardagame
herkent men aan:
- is alert
- actief
- heeft heldere ogen
- heeft geen ingevallen ogen
- heeft geen opgezwollen oogleden
- heeft een gave onbeschadigde huid
- heeft een schone cloaca
- heeft "stevige" ontlasting
- heeft geen slijm in de bek of neus
- draagt geen parasieten (teken of mijten)
- heeft een goed sluitende bek,
- en eet normaal
Een gezonde baardagame bek is van binnen in principe rozewit.
Mondrot (stomatitis) uit zich in eerste als lichte, gezwollen
slijmvliezen in of rond bek of neus, rode puntjes en lichtgeel en "kazig
', afgestorven weefsel in de bek. Het komt vooral voor bij verzwakte
slangen en reptielen.
Longontsteking (pneumonie) uit zich door overtollig slijm in en
op de neus en bek, een piepend geluid bij een zware ademhaling en
een geopende bek tijdens de ademhaling (gapen). Het gaat soms
gepaard met mondrot, maar komt bij alle reptielen ook zelfstandig
voor. Tocht is meestal de oorzaak.
Opgezwollen of tranende ogen kunnen duiden op een vitamine A
tekort. Een vitamine A houdende oogzalf wordt geadviseerd in
combinatie met extra vitamine over het groenvoer.
Mijten zuigen bloed bij reptielen. De donkerrode tot zwarte, 1 mm
grote mijten zitten overdag meestal verscholen in huidplooien
(oksels, oogleden), onder schubben en in ooropeningen. Mijten zijn
vaak beter te herkennen aan een zilveren stof op de reptielen (vervellingshuidjes
van mijten). Vervang het bodemsubstraat door kranten.
Abcessen kunnen met een scalpel geopend worden, met een
wattenstaafje worden schoongemaakt en daarna worden ingewreven met
een antibioticumzalf.
Rachitis uit zich o.a. in kromme poten of staart, uitstekende
heupbeenderen, plotselinge breuken, weke schilden, slappe kaken,
opgezette tenen, slechte eischalen, slechte ei-uitkomst, dode,
kleine, zwakke en mismaakte jongen. Rachitis wordt veroorzaakt door
gebrek aan vitamine D3 of kalk. Het is, zeker bij uitgegroeide
dieren, moeilijk te verhelpen en moet dus voorkomen worden (zie
voeding)
Alle reptielen kunnen door verschillende oorzaken (verstopping,
ziekte, bevalling) hun cloaca of (hemi)penis naar buiten duwen (prolaps).
Houd het gedeelte vochtig en schoon en maak een afspraak bij uw
dierenarts.
Verstoppingen van het maagdarmstelsel kunnen ontstaan als er zand
en stenen worden meegehapt met voer dat niet in een bakje ligt, als
er te weinig drinkgelegenheid is of als het voedsel te vezelarm is.
Dieren ontlasten niet meer, hebben een dikke buik en persen vaak.
Dit kan vaak verholpen worden door zonnebloemolie, paraffine of
glycerine (0.3 ml per 100 gram lichaamsgewicht) via een sonde (b.v.
een lang siliconen buisje dat op een injectiespuit past) via de
slokdarm in/voor de maag te brengen. Veel grote baardagamen hebben
enorme sterke kaken die moeilijk open te krijgen zijn. Steek dan een
plat voorwerp (b.v. plastic lepelsteel of houten spatel bij niet te
grote hagedissen) tussen de kaken en draai het verticaal. Houd het
zo, terwijl een tweede persoon een sonde zover inbrengt, dat hij
lichte weerstand voelt. Spuit dan het middel naar binnen.
Vervellingsresten duiden op een te droog terrarium of op vitamine
A gebrek. Wanneer de reptielen vervellen, help ze dan niet door het
trekken aan de losse vellen, dit kan de onderliggende huid
beschadigen. Beter is het de dieren te baden in lauw water of te
benevelen.
Ook bij dieren die u verdenkt van verstopping zijn warme baden
goed.
Soms moeten baardagamen onder dwang gevoerd worden. Doe dit niet
te snel, probeer eerst de oorzaak van de voedselweigering weg te
nemen. Dwangvoederen is zeer stressverwekkend en mag alleen als
laatste redmiddel worden toegepast. Bij hagedissen en schildpadden
kan een pasta of vloeistof via een sonde in de maag worden
Vergeet niet om regelmatig de bodembedekkers (schimmelvorming) te
vervangen of te reinigen/desinfecteren.
Het knippen van nagels bij baardagamen is vaak niet nodig als er
voldoende ruwe stenen in het terrarium aanwezig zijn.
In de ontlasting van de dieren
kan men verschillende soorten parasieten
aantreffen die behandeld moeten worden:
- Spoelwormen, de eieren
zijn meestal ovaal met een donkere kern of
elk gevuld met één jonge worm.
- Flagellaten, bewegende
eencelligen met haartjes. Symptomen van
flagellaten zijn niet eten, braken, een
vieze slijmerige ontlasting en slome dieren.
- Amoeben zien eruit als
donkere kernen in een helder protoplasma (
een grillige, doorzichtige, langzaam
bewegende cel). Amoeben komen vooral voor
bij slangen maar ook bij baardagamen en
worden door insecten of menselijke
handelingen overgedragen. Niet eten, een
naar de staartpunt toe vuile, bloederige
cloaca en bloederige ontlasting zijn
symptomen van amoeben
- Verminderde eetlust,
vermagering en diarree (met bloed) zijn
tekenen van coccidiose. Soms zijn kleine,
ronde of zich delende stadia in
mestpreparaten te vinden. Overtollig slijm
in de bek duidt vaak op longaandoeningen.
Verzamel het met een wattenstaafje (een swab)
in een buisje en breng het naar een
dierenarts.
Voor onderzoek van ontlasting
is de gouden regel, hoe verser des te beter.
Transport: bij het transport
mag de temperatuur de extreme waarden niet
overschrijden. Een doos van piepschuim isoleert
goed, maar niet afdoende. Een stilstaande auto
koelt erg snel af bij koud weer en in de zon
loopt de temperatuur juist erg snel op. Dieren
kunnen warm worden gehouden door een warme kruik
(bijvoorbeeld flessen warm water gewikkeld in
een handdoek) of warmtepakket (heat-pack) in de
verpakking te plaatsen. Deze laatste kunnen soms
wel 50 C en mogen dan dus niet te dicht bij de
dieren liggen (vooraf controleren). Ook onder
kleding op het lichaam meegedragen blijven
dieren warm. Een in het donker is het minst
stressverwekkend.
|