|
De Appenzeller
De Appenzeller Sennenhond is een
van de Zwitserse Sennenhonden. De andere drie zijn de Berner
Sennenhond, de Entlebucher Sennenhond en de Grote Zwitserse
Sennenhond. De Sennenhonden ("sennen" = boerderij of sennenhut)
ontwikkelden zich in Zwitserland waar zij gebruikt werden voor
allerlei arbeid op het land. Niet alleen in het Zwitserse Appenzell,
maar ook in het Toggenburgdal en in St Gallen is deze varieteit van
de Sennenhonden goed bewaard gebleven. In 1898 werd dit ras voor het
eerst beschreven. Het is een zeer gewaardeerde hulp van de boeren
bij het werk en als bewaker van huis en hof. De Appenzeller "Blassli"
- zoals de Zwitsers dit ras noemen - is een keiharde werker gebleven
en werkt in alle weersomstandigheden. Tegenwoordig is het ras vooral
een trouwe en aanhankelijke gezinshond en bovendien een goede
bewaker.
Toepassing/ gebruik: Nu vooral
gezinshond.
Beweging: De Appenzeller
Sennenhond heeft redelijk veel beweging nodig.
Uiterlijke kenmerken:
-
Algemeen: Middelgrote hond
met verstandige en waakse uitdrukking. Het dier oogt
rechthoekig. Het lichaam heeft een brede en diepe borst. De
ribben zijn rond en goed gewelfd. Rechte en sterke rug. Matig
lange benen met flink bot. Korte en gedrongen hals.
-
Kleur: Zwart met rode
aftekening aan de wangen, boven de ogen en aan de vier benen.
Witte bles, voeten en staartpunt en wit borstkruis. Deze
aftekening is overigens kenmerkend voor alle sennenhonden.
-
Hoofd en schedel: Het hoofd
is tamelijk breed en vlak, met niet te lange, zich naar de neus
versmallende snuit zonder duidelijke stop. Duidelijke
voorhoofdsrimpel. De neusrug is recht en breed, de neusspiegel
groot. De ogen zijn tamelijk klein en bruin met levendige
uitdrukking. De oren zijn klein, driehoekig en hangend.
Schaargebit.
-
Staart: Middelmatig lang,
wordt gekruld gedragen. In rust ligt het onderste deel meestal
spiraalvormig, horizontaal opgerold op de zijde. Bij aktie of
beweging wordt ook het bovenste deel van de staart opgerold
terwijl het onderste deel zijdelings opgerold blijft.
-
Voeten: Kort, gesloten en
rond.
-
Beharing: Kort, hard, dicht
en glanzend.
-
Schofthoogte: Reu: ongeveer
55 cm, Teef: ongeveer 50 cm.
Karakter:
-
Levendig
-
Werklustig
-
Waakzaam
-
Trouw
-
Geschikt voor africhting
-
Intelligent
|